zondag 7 februari 2021

'Joop den Uyl viel me wel op want hij was bijna dagelijks op de televisie'

Door Stuart Kensenhuis

In aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen van dit jaar vertellen immigranten die voor 1980 in Nederland zijn komen wonen over hun eerste indrukken van de nieuwe leefomgeving en de politiek. Deze week: Hariette Mingoen uit Zoetermeer.
 

 Hariette Mingoen in 1973 en nu (® familie Mingoen).  

“Op 31 augustus 1973 vertrok ik uit Suriname en de volgende dag kwam ik aan op Schiphol. Daar stond mijn zus op me te wachten. Ze bracht me naar de studentenflat in Leiden waar ze met haar man een echtparenunit huurde. Ik weet nog dat ik over een gang moest lopen naar een kamer waar ik tijdelijk mocht logeren. Aan die gang zaten minstens 8 andere studentenkamers en er hing een algemene telefoon aan de muur. Bijna elke ochtend werd ik wakker van dat ding want hij rinkelde soms al heel vroeg. De persoon die naar buiten was gerend en er achter kwam dat het gesprek niet voor hem of haar bedoeld was, klopte dan bij de buren op de deur en riep: ‘Er is telefoon voor jou!’”

“Wat ik me ook nog kan herinneren is dat ik de volgende dag achterop de fiets zat bij mijn zwager. Dat is overigens Sardie Mohamad, tegenwoordig gepensioneerd radioloog maar toen was hij student geneeskunde. Hij liet me zien waar de bakker was. Daar viel het me meteen op hoe vriendelijk de mensen waren. Iedereen die binnenkwam groette uitgebreid. In Suriname was ik gewend dat mensen voor hun beurt om aandacht vroegen van de winkelier, tot het onvriendelijke af. Verder was ik erg verbaasd hoeveel keuze ik ineens had aan brood. Meer dan bij ‘omoe snesie’ waar je alleen puntbroodjes kon halen.”

Mingoen op haar studentenkamer

“Later schreef ik me in bij Universiteit Leiden voor de opleiding sociologie, wat mijn voorkeur had omdat het een mensgerichte studie was. Ook daar had ik momenten dat ik me erg over dingen verbaasde. Onder meer tijdens de lunch met mijn Hollandse medestudenten. Ze hadden grote stapels boterhammen bij zich. Zowel de mannen als de vrouwen. Wel 10 sneetjes. Meestal dik belegd met kaas, vlees of iets anders. Ik dacht: ‘Jeetje, wat kunnen deze mensen eten zeg. Geen wonder dat ze zo lang zijn.’ Daar zat ik dan met m’n 2 sneetjes brood. Hou ook in gedachten dat ik uit een gezin kom met 11 kinderen. Mijn moeder kocht wel eens kaas voor onze boterhammen maar ze moest het raspen om te zorgen dat er voldoende was voor iedereen.”

“Studenten uit die periode waar ik veel contact mee had waren Gera Breebaart, Piet Breebaart (geen familie), Dick en Tineke Meiners, Edu Dumassy, Annette Noten, Eduard Jansen en Cees Clay. Er waren ook Surinaamse studenten bij zoals Ann Lemmert, Edmae Chandoe, Rinia Strok, Henry Winter en Ruben Gowricharn, later bekend als hoogleraar aan Tilburg University en aan de Vrije Universiteit Amsterdam.”

"De hele sfeer in het land was beïnvloed door linkse bewegingen"

Met politiek was ik in die periode niet echt bezig maar Joop den Uyl viel me wel op want hij was bijna dagelijks op de televisie. Hij was natuurlijk premier van het meest linkse kabinet dat Nederland ooit heeft gehad en politiek leider van de PvdA. Ik vond hem een begaafd spreker die heel stimulerend overkwam. Z’n mondbewegingen, die pretoogjes en zijn gebaren wanneer hij sprak, kan ik me heel goed herinneren.”

“Overigens vind ik dat de hele sfeer in het land op dat moment vooral beïnvloed was door linkse bewegingen en dat de PvdA een duidelijk profiel had. Sinds ik in Nederland ben komen wonen heb ik altijd op die partij gestemd. Maar tegenwoordig kan je ze niet meer onderscheiden van D66, GroenLinks of het CDA. Ik vind dat je bij een keuze voor een socialer Nederland niet meer bij hen terecht kan. Daarom heb ik bij de verkiezingen in 2017 op GroenLinks gestemd.”

“Eerlijk gezegd had ik een ander beeld van Nederland toen ik nog in Suriname woonde. Ik dacht dat dit het land was waar iedereen het goed had. Maar tijdens politieke debatten werd er vooral gesproken over het kleiner maken van het verschil tussen de hoge en de lage inkomens. Daar moest ik over nadenken en vervolgens keek ik naar mijn eigen omgeving. Ik zag bijvoorbeeld de Hollandse vuilnismannen en realiseerde me dat ze het relatief niet zo veel beter hadden dan hun collega’s in Suriname. Daarom spraken die discussies die in de politiek werden gevoerd om Nederland socialer te maken me erg aan. Dat gebeurde altijd met passie. Ook de discussies over ontwikkelingssamenwerking en het helpen van arme landen waren gepassioneerd. Gaandeweg is dat helaas anders geworden.”



Dit artikel is mede mogelijk gemaakt door het Steunfonds Freelance Journalisten



 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Er is een wachttijd. Daarom wordt uw reactie niet meteen geplaatst.