zondag 14 februari 2021

'Wat die Nederlandse politici doen noem ik een toneelstuk voor het volk'

Door Stuart Kensenhuis

In aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen van dit jaar vertellen immigranten die voor 1980 in Nederland zijn komen wonen over hun eerste indrukken van de nieuwe leefomgeving en de politiek. Deze week: Cornelius (Cor) James uit Den Haag.

Den Haag – “In augustus 1974 reisde ik met het vliegtuig via Sint Maarten en Curaçao naar Nederland. Op Schiphol stond mijn broer op me te wachten. Hij bracht me naar mijn hospita, een Surinaamse vrouw in het centrum van Den Haag die heel lekker kon koken.”



“Op die eerste dag kwam mijn nicht Jacky James langs om me te begroeten. Ze belde aan en ik liep met ontbloot bovenlijf naar beneden. ‘Ga een hemd aantrekken’, zei ze. Ik vroeg: ‘Waarom?’ Ze antwoordde: “Je bent hier niet op Sint Maarten. Bovendien ben ik hier met een goede vriendin.’ Naast haar stond Ingrid Houtman. ‘Doet het je zeer dat je mijn blote bast ziet”, vroeg ik gevat. ‘Wil je soms meer zien?’ Houtman vond dat geweldig. Sinds die dag was ik ook met haar goed bevriend. Ze vond me heel aardig want ik hou van lachen, brullen, gezelligheid en lekker eten. Een paar jaar geleden is ze helaas overleden. Maar we hebben echt een mooie vriendschap gehad waarin we veel leuke momenten met elkaar hebben meegemaakt.”

“Overigens kwam ik naar Nederland omdat ik rechter wilde worden. Op Sint Maarten was ik 2 jaar advocaat geweest en ik had me hier ingeschreven voor de RAIO-opleiding (Rechterlijk ambtenaar in opleiding). Maar eerst moest ik door een strenge selectie waarbij naar mijn ervaring klassenverschillen in de maatschappij een rol speelden. Ik herinner me nog de vragen van één van de examinatoren: ‘Wat voor werk doet uw vader?’ Ik zei: ‘Hij was bankwerker.’ Met grote ogen keek hij me aan. ‘Bedoelt u ingenieur?’ Ik antwoordde toen: ‘Nee.’ De vraag die toen kwam verraadde veel. ‘Hoe bent u dan advocaat geworden?’ Maar het ergste was een vraag over mijn moeder. ‘Als ze ziek is gaat u haar dan vaak opzoeken?’ Ik zei: ‘Ja natuurlijk.’ Er viel een doodse stilte en de examinatoren keken elkaar aan. Daarna reageerde één van hen: ‘Het is beter dat u teruggaat naar Sint Maarten want de RAIO-opleiding gaat te hard voor u zijn. Uw familie en kennissen moet u namelijk uit uw hoofd zetten.’ Ik ben toen opgestaan en vertrokken. Ik was boos en dacht; als Nederland zo is dan wil ik hier niet zijn.”

“Uiteindelijk is het niet zover gekomen want ik kwam een dame tegen die werkte op het Antillenhuis in Den Haag, bij het kabinet van de gevolmachtigd minister. Ze adviseerde me om een diplomatenopleiding te gaan volgen via de Universiteit van Amsterdam (UVA). Dat ben ik ook gaan doen. Een paar jaar later ben ik afgestudeerd.”

 “Er was een scheldpartij tussen een volksvertegenwoordiger en een minister”

Wat de politiek betreft uit die begintijd; de naam Joop Glimmerveen komt bij me op. Dat was een racistische politieke leider van de Nederlandse Volks-Unie. Wat me verder is bijgebleven is een ervaring tijdens een bezoek aan de Tweede Kamer. Ik volgde toen een debat en er was een scheldpartij tussen een volksvertegenwoordiger en een minister. Maar niet veel later stonden ze gezellig met elkaar te babbelen in de koffiekamer en namen ze samen iets te drinken. Ik was verbijsterd en vroeg me af hoe dit mogelijk was. Op de Antillen zouden ze echt ruzie hebben gehad en elkaar weken niet hebben gesproken.

“Wat die Nederlandse politici doen noem ik een toneelstuk voor het volk. Het is alleen bedoeld om aan de burgers te laten zien hoe hard ze voor iets gevochten hebben en hoe erg ze zogenaamd iets vinden. Het is niet waarachtig en betekent niet zo veel. Dat heb ik in mijn jaren in dit land wel geleerd.”

“Ik vind dat in de politieke orde van dit land teveel sprake is van systeemdenken en dit werkt in het nadeel van de burgers. Ik zal het illustreren met een voorbeeld tussen een Amerikaan en een Nederlander. Er ligt een plan om een brug te bouwen ergens bij een rivier. Een Hollander komt aan bij de ene oever en ziet een heleboel bomen. Hij zegt: ‘In het plan staat niets over bomen dus ik ga geen brug bouwen.' De Amerikaan komt bij dezelfde oever aan. Hij zegt: ‘We gaan meteen de bomen kappen want in het plan staat dat we hier een brug moeten bouwen.' De noden van de mens zien ze veel meer.”




Dit artikel is mede mogelijk gemaakt door het Steunfonds Freelance Journalisten




zondag 7 februari 2021

'Joop den Uyl viel me wel op want hij was bijna dagelijks op de televisie'

Door Stuart Kensenhuis

In aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen van dit jaar vertellen immigranten die voor 1980 in Nederland zijn komen wonen over hun eerste indrukken van de nieuwe leefomgeving en de politiek. Deze week: Hariette Mingoen uit Zoetermeer.
 

 Hariette Mingoen in 1973 en nu (® familie Mingoen).  

“Op 31 augustus 1973 vertrok ik uit Suriname en de volgende dag kwam ik aan op Schiphol. Daar stond mijn zus op me te wachten. Ze bracht me naar de studentenflat in Leiden waar ze met haar man een echtparenunit huurde. Ik weet nog dat ik over een gang moest lopen naar een kamer waar ik tijdelijk mocht logeren. Aan die gang zaten minstens 8 andere studentenkamers en er hing een algemene telefoon aan de muur. Bijna elke ochtend werd ik wakker van dat ding want hij rinkelde soms al heel vroeg. De persoon die naar buiten was gerend en er achter kwam dat het gesprek niet voor hem of haar bedoeld was, klopte dan bij de buren op de deur en riep: ‘Er is telefoon voor jou!’”

“Wat ik me ook nog kan herinneren is dat ik de volgende dag achterop de fiets zat bij mijn zwager. Dat is overigens Sardie Mohamad, tegenwoordig gepensioneerd radioloog maar toen was hij student geneeskunde. Hij liet me zien waar de bakker was. Daar viel het me meteen op hoe vriendelijk de mensen waren. Iedereen die binnenkwam groette uitgebreid. In Suriname was ik gewend dat mensen voor hun beurt om aandacht vroegen van de winkelier, tot het onvriendelijke af. Verder was ik erg verbaasd hoeveel keuze ik ineens had aan brood. Meer dan bij ‘omoe snesie’ waar je alleen puntbroodjes kon halen.”

Mingoen op haar studentenkamer

“Later schreef ik me in bij Universiteit Leiden voor de opleiding sociologie, wat mijn voorkeur had omdat het een mensgerichte studie was. Ook daar had ik momenten dat ik me erg over dingen verbaasde. Onder meer tijdens de lunch met mijn Hollandse medestudenten. Ze hadden grote stapels boterhammen bij zich. Zowel de mannen als de vrouwen. Wel 10 sneetjes. Meestal dik belegd met kaas, vlees of iets anders. Ik dacht: ‘Jeetje, wat kunnen deze mensen eten zeg. Geen wonder dat ze zo lang zijn.’ Daar zat ik dan met m’n 2 sneetjes brood. Hou ook in gedachten dat ik uit een gezin kom met 11 kinderen. Mijn moeder kocht wel eens kaas voor onze boterhammen maar ze moest het raspen om te zorgen dat er voldoende was voor iedereen.”

“Studenten uit die periode waar ik veel contact mee had waren Gera Breebaart, Piet Breebaart (geen familie), Dick en Tineke Meiners, Edu Dumassy, Annette Noten, Eduard Jansen en Cees Clay. Er waren ook Surinaamse studenten bij zoals Ann Lemmert, Edmae Chandoe, Rinia Strok, Henry Winter en Ruben Gowricharn, later bekend als hoogleraar aan Tilburg University en aan de Vrije Universiteit Amsterdam.”

"De hele sfeer in het land was beïnvloed door linkse bewegingen"

Met politiek was ik in die periode niet echt bezig maar Joop den Uyl viel me wel op want hij was bijna dagelijks op de televisie. Hij was natuurlijk premier van het meest linkse kabinet dat Nederland ooit heeft gehad en politiek leider van de PvdA. Ik vond hem een begaafd spreker die heel stimulerend overkwam. Z’n mondbewegingen, die pretoogjes en zijn gebaren wanneer hij sprak, kan ik me heel goed herinneren.”

“Overigens vind ik dat de hele sfeer in het land op dat moment vooral beïnvloed was door linkse bewegingen en dat de PvdA een duidelijk profiel had. Sinds ik in Nederland ben komen wonen heb ik altijd op die partij gestemd. Maar tegenwoordig kan je ze niet meer onderscheiden van D66, GroenLinks of het CDA. Ik vind dat je bij een keuze voor een socialer Nederland niet meer bij hen terecht kan. Daarom heb ik bij de verkiezingen in 2017 op GroenLinks gestemd.”

“Eerlijk gezegd had ik een ander beeld van Nederland toen ik nog in Suriname woonde. Ik dacht dat dit het land was waar iedereen het goed had. Maar tijdens politieke debatten werd er vooral gesproken over het kleiner maken van het verschil tussen de hoge en de lage inkomens. Daar moest ik over nadenken en vervolgens keek ik naar mijn eigen omgeving. Ik zag bijvoorbeeld de Hollandse vuilnismannen en realiseerde me dat ze het relatief niet zo veel beter hadden dan hun collega’s in Suriname. Daarom spraken die discussies die in de politiek werden gevoerd om Nederland socialer te maken me erg aan. Dat gebeurde altijd met passie. Ook de discussies over ontwikkelingssamenwerking en het helpen van arme landen waren gepassioneerd. Gaandeweg is dat helaas anders geworden.”



Dit artikel is mede mogelijk gemaakt door het Steunfonds Freelance Journalisten



 

zondag 5 juli 2020

Open brief aan de Nederlandse regering: doe iets tegen institutioneel racisme

Vier vooraanstaande zwarte persoonlijkheden uit de wetenschappelijke en culturele sector, eisen in een open brief aan de Nederlandse regering dat er op landelijk en gemeentelijk niveau actie wordt ondernomen tegen institutioneel racisme. Het gaat om Ernestine Comvalius, onder meer bekend als directeur van het Bijlmer Parktheater in Amsterdam, Gloria Wekker, emeritus hoogleraar sociale en culturele antropologie aan Universiteit Utrecht en schrijfster van het boek ‘White Innocence: Paradoxes of Colonialism and Race (2016), Nancy Jouwe, onafhankelijk onderzoeker en publicist en Simone Zeefuik, schrijver en cultureel programmeur. De brief is verder ondertekend door eenentachtig personen uit allerlei lagen van de Nederlandse samenleving.  Lees de inhoud hieronder.  




‘Wij, de ondergetekenden, onderschrijven het statement van 23 juni jl. van KOZP (Kick Out Zwarte Piet. Red.)  waarin zij, als (mede-)organisatoren van de Black Lives Matter (BLM) demonstraties, hun ongenoegen uiten over het feit dat zij niet zijn uitgenodigd voor een gesprek met premier Rutte, die op 24 juni een gesprek voerde met andere betrokkenen. Net als KOZP zien we de uitnodiging als een afleidingsmanoeuvre om het niet te hebben over de oproepen van o.a. de EU (Europese Unie. Red.) en het ECRI (European Commission against Racism and Intolerace. Red.) om een nationale aanpak voor de bestrijding van racisme te formuleren.’

‘We maken een groot compliment aan de coalitie BLM-Nederland, een coalitie die intergenerationeel is (met een goede wisselwerking tussen generaties. Red), die bestaat uit mensen met verschillende religieuze, gender en seksuele identiteiten plus en die niet alleen maar in de Randstad maar door heel het land actief is. [Amsterdam, Rotterdam, Den Haag 2x, Utrecht, Groningen, Eindhoven, Nijmegen, Arnhem, Deventer, Almere, de Bijlmer, Leeuwarden, Emmen, Maastricht, Den Bosch, Tilburg, Middelburg, Diemen].’


"Wij zijn niet vergeten dat Black Lives Matter in 2013 is opgezet in de Verenigde Staten door drie zwarte vrouwen, van wie er twee queer zijn."

‘Ook wij vinden het zorgwekkend en ongehoord dat de mensen die aan de basis van BLM-Nederland staan, in eerste instantie niet waren uitgenodigd aan tafel. Zij hebben, in navolging van eerdere generaties, een traditie van zwart verzet en strijd op succesvolle wijze voortgezet en ervoor gezorgd dat Nederland is wakker geschud.’
‘De verlate uitnodiging die zij onlangs van premier Rutte hebben ontvangen, biedt echter een uitgelezen kans om even te temporiseren, zodat de organisatoren zich kunnen herpakken; om een landelijke discussie te voeren over een breed gedragen strategie en een eisenpakket; en om de agenda mede te bepalen.’

‘Niet alleen in de landelijke politiek maar ook op gemeentelijk niveau speelt een gebrek aan transparantie: onder welke voorwaarden komt wie aan tafel en hoe ziet de agenda er uit? Het kan wat ons betreft er niet meer om gaan dat zwarte mensen en mensen-van-kleur verhalen blijven vertellen over de pijn van racisme. Die tijd is voorbij.’

'De agenda is wat ons betreft als volgt. We vinden het cruciaal dat er vanuit landelijke en gemeentelijke overheden beleid en actieplannen worden gemaakt om institutioneel en alledaags racisme structureel aan te pakken in Nederland. Daarbij zal het “culturele archief. (1)” niet buiten beschouwing kunnen blijven. Dit alles zien we als een gezamenlijk proces en een gedeelde verantwoordelijkheid. Vanzelfsprekend horen daar ook budgetten bij.'

'Tot slot: wij zijn niet vergeten dat Black Lives Matter in 2013 is opgezet in de Verenigde Staten door drie zwarte vrouwen, van wie er twee queer zijn. Hun intersectionele aanpak onderschrijven wij volledig en staat wat ons betreft ook in Nederland centraal (2).'
  
1 Het “culturele archief” (Witte Onschuld, 2018) verwijst naar de manieren van denken en voelen over ras, die binnen de context van het koloniale verleden in ons allen aanwezig zijn en die tot op de dag van vandaag onze kennis, gevoelens en handelen ten opzichte van het witte zelf en de zwarte/ gekleurde ander in stand houden.

2 Intersectionaliteit is een manier van denken, ook in Nederland voortgekomen uit activisme, die rechtvaardigheid voorop stelt. In plaats van steeds slechts met behulp van één categorie, zoals bv. ras, over de samenleving of over onszelf na te denken, benadrukt (dit begrip. Red.) dat we ras altijd samen moeten denken met gender, klasse, seksualiteit, religie en lichamelijke/geestelijke validiteit (Botman, Jouwe en Wekker red. 2001). 

Ernestine Comvalius, Gloria Wekker, Nancy Jouwe en Simone Zeefuik. 

medeondertekend door:  
  1. Alfrida Martis 
  2. Ama Koranteng-Kumi, oprichter en directeur Bloei&Groei 
  3. Andre Reeder, filmmaker en community builder
  4. Aspha Bijnaar
  5. Axmed Maxamed, Dance With Pride
  6. Ayden Carlo
  7. Bettina Perremuto 
  8. Bibi Fadlalla, filmmaker
  9. Charl Landvreugd PhD, kunstenaar, onderzoeker, pedagoog
  10. Chinthia Landbrug, verzorgende IG/radio programmamaakster
  11. Clarice Gargard
  12. Dalea Pinas, maatschappelijk hulpverlener, coach, poet, actrice
  13. Deborah Telgt, manager kinderopvang, Debstory en eventplanner
  14. Domenica Ghiidei Biidu, strategisch adviseur diversiteit en inclusie
  15. Ellen-Rose Kambel, directeur Rutu Foundation
  16. Emilie van Heydoorn
  17. Esther Duysker, toneelschrijver, scenarist
  18. Fatlien Naar, flight attendant
  19. Frank Dragtenstein
  20. Grâce Ndjako
  21. Graziela Hunzel - Rivero
  22. Gery Mendes
  23. Guno Jones
  24. Gwen Denswil, creator Black Girl Be Safe
  25. Gyonne Goedhoop, producent en cultureel ondernemer - Concrete Blossom & TENT Rotterdam 
  26. Hasna El Maroudi
  27. Hedy Tjin
  28. Henry Does, arts en publicist
  29. Ida Does, filmmaker
  30. Iris Kensmil
  31. Jamilah Blom, pedagoog
  32. Janice Deul, fashion activist, journalist
  33. Jennifer Tosch, oprichter Black Heritage Tours
  34. Jillian Emanuels, De InstantPedagoog
  35. Joan Esajas, productieleider
  36. John Leerdam, cultureel activist, directeur Stg. Julius Leeft
  37. John Olivieira
  38. John Serkei
  39. Kimberley Piqué, PR & Marketing coordinator
  40. Lesny Heikerk, Msc., psycholoog
  41. Maayke Botman
  42. Marcellino van Callias, directeur La Fam Records
  43. Marjorie Boston
  44. Marvin Lispier, kredietbeoordelaar en peer coach
  45. Mauro van Callias, directeur La Fam Records
  46. Melissa Verboeket, Maction Business Events & Social Inspirators, Eventproducer
  47. Natalja Macnack, bestuurslid Tori Oso Utrecht Nathalie Emanuels
  48. Nathifa Elshot, Bijlmer Bookstore
  49. Nawal Mustafa, promovenda VU 
  50. Neske Beks
  51. Ray Blinker
  52. Olave Ndjuwane
  53. Onias Landveld, oud-stadsdichter Tilburg en theatermaker
  54. Otmar Watson, directeur Untold
  55. Patricia Kaersenhout, beeldend kunstenaar en activist
  56. Patricia Schor, docent Amsterdam University College, geaffilieerd onderzoeker Radboud Universiteit
  57. Peggy Gemerts, Full Color Entertainment
  58. Richard Kofi, Kunstenaar en programmeur Bijlmer Parktheater 
  59. Rolando Vázquez Melken, Associate Professor University College Roosevelt
  60. Romana Vrede, theatermaker. Documentairemaker. Schrijver.
  61. Rosalba Icaza, Associate Professor in Global Politics, Gender and Diversity, ISS
  62. Roy Wijks, adviseur en onderzoeker sociaal domein 
  63. Samora Bergtop, producent/actrice, Well Made Productions 
  64. Saundra Williams, artistiek leider AHK 
  65. Sayonara Stutgard
  66. Seada Nourhussen
  67. Sérènity Hanenberg, creative writer
  68. Sjariefa Kartodimedjo, OOP op Open School Gemeenschap Bijlmer
  69. Stephany Biezen, Going Social, cultureel ondernemer
  70. Surya Nahumury, coach en mentor
  71. Shishani Vranckx
  72. Sidra Shahid, docent Amsterdam University College
  73. Tosca Vrede, cultureel programmeur en spelontwikkelaar
  74. Twie Tjoa, socioloog
  75. Vesla Braafheid, projectmanager en docent
  76. Wim Manuhutu, docent geschiedenis VU 
  77. Xamirah Robert Msc., psycholoog 
  78. Yolande Zola Zoli van der Heide, curator Van Abbe museum
  79. Yomi Hitijahubessy, projectmanager, moderator en kunstenaar 
  80. Zawdie Sandvliet, docent Afro Nederlandse studies
  81. Zuwena Elshot, Bijlmer Bookstore en psycholoog  



dinsdag 19 mei 2020

Tienduizend euro als je je mond houdt over racisme en discriminatie op de Haagse Hogeschool


Door Stuart Kensenhuis

Fatima Faïd – raadslid van de Haagse Stadspartij (HSP)  stelt deze week vragen aan het gemeentebestuur over racisme en discriminatie op de Haagse Hogeschool (HHS). “Het is een opleidingsinstituut in een super diverse stad maar het is er niet veilig.”




Den Haag – ‘Boerkahoer’, schrijft een anonieme student in november vorig jaar op het grote scherm van de klas, tijdens een interactief werkcollege van Wasima Khan, toen docent recht aan de opleiding Bestuurskunde / Overheidsmanagement van de HHS en trotse draagster van een hoofddoek. Haar studenten hebben online ingelogd op Kahoot – een webtool voor quizzen, discussies of peilingen – en sommigen kiezen een afschuwelijke schuilnaam, bedoeld om haar te beledigen is haar stellige indruk. Khan is geschokt. Volgens haar heeft ze ook pseudoniemen voorbij zien komen als Geert Wilders, Zwarte Piet, Nouri is dood, 34 zuurstof en docent is gay. Woedend vraagt ze aan haar studenten om de ongepaste inlognamen weg te halen. “Ik heb verder specifiek gevraagd wie dat eerste scheldwoord heeft opgeschreven maar niemand heeft gereageerd”, zegt Khan. 

Aangeslagen vervolgt ze de les. Tijdens een korte pauze komt een student [naam bij de redactie bekend (nbrb)] naar haar toe en hij stelt een vraag: “Daar stond toch boerkahoer?” Daarna loopt hij lachend weg. Khan is net zo verbijsterd als eerder in de les maar door haar hoofd gaat een belangrijke vraag. Hoe kan je spreken van een veilige leeromgeving voor iedereen op de HHS als dit soort uitlatingen zonder serieuze gevolgen kunnen worden gedaan? 

Na de les heeft ze telefonisch contact met de opleidingsmanager en er wordt een persoonlijk gesprek gepland. Hierbij is ook aanwezig de coördinator van het eerste jaar en de mentor van de student die in de pauze naar haar toekwam. Of dit ook dezelfde student is die aanvankelijk dat schandelijk woord op het scherm schreef is nog steeds niet duidelijk. Veel steun ervaart ze niet tijdens het gesprek en ook niet als er een bijeenkomst is met collega-docenten om het voorval te bespreken. “Ze waren stil of terughoudend”, zegt ze. Maar er blijft toch iets hangen; het verhullend bij haar zoeken naar zaken die duiden op een gebrek aan didactische vaardigheden. Dat doet bij haar extra pijn. 

Uiteindelijk heeft de opleidingsmanager later een gesprek met de student die zo ‘stoer’ deed in de pauze – waar Khan overigens niet bij mocht zijn – maar het wordt al gauw erop gegooid dat er bij hem sprake is van een gedragsstoornis en dat hij het gebruik van het woord boerkahoer niet beledigend bedoelde. Grapje zeker. Waar hebben we dit eerder gehoord? Begrijpelijkerwijs voelt Khan zich onveilig. Ze vertelt ook over een ander incident toen ze in februari vorig jaar een briefje op haar bureau vond met de term ‘nazi-slet’ en het zou zomaar kunnen dat ze opnieuw te maken krijgt met grensoverschrijdende uitlatingen. Kan ze dan wel op de steun rekenen van haar directe leidinggevenden en collega’s? 

Ten einde raad besluit ze het hogerop te zoeken bij de faculteitsdirecteur. Zij besluit dan om de zaak af te handelen en de ‘foute’ student een schriftelijke waarschuwing te geven. Is dan al bekend wie het scheldwoord op het scherm van de klas heeft geschreven? Nee want pas na zes weken besluit de opleidingsmanager om Kahoot een kort mailtje te sturen. Al gauw wordt duidelijk dat – wil hij eventueel iets gedaan krijgen – er een aangifte moet liggen van de HHS. Blijkbaar is dit obstakel hem teveel want hij laat de zaak verder rusten. “Ik vind dat er niet snel genoeg is gereageerd en dat er onvoldoende maatregelen zijn genomen”, zegt Khan verontwaardigd.

“Na mijn overwinning hebben ze geprobeerd om me kapot te maken"

Angstdromen duiken op van dertien jaar geleden toen twee docenten – Ram Ramsahai en Peter Ramlal - een klacht indienden bij de Commissie Gelijke Behandeling (CGB) over racisme en discriminatie op de HHS en volledig gelijk kregen. Wat opvalt in het schriftelijk oordeel van de CGB over Ramlal is dat zijn klachten bijna stelselmatig door leidinggevenden op de HHS werden weggezet als een gebrek aan professionaliteit of niet serieus werden genomen. Pijnlijk is om te lezen hoe hij drie jaar lang bijna dagelijks minachtende opmerkingen moest aanhoren over zwarte mannen – een groep waar hij gemakshalve ook onder werd gerangschikt  door een witte vrouwelijke collega, tevens zijn kamergenoot. Bovendien werd hij door haar, ten overstaan van studenten en een docent, voor aap uitgemaakt. Op basis van alle bewijzen kon de CGB dan ook niet anders dan tot het oordeel komen dat de HHS verboden onderscheid had gemaakt op grond van ras en dat de docenten onvoldoende waren beschermd. 

Na het oordeel van de CGB is Ramlal merkwaardig genoeg tot 2018 bij de HHS blijven werken terwijl Ramsahai al snel er voor koos om te vertrekken. Als Ramlal hoort over de zaak van Wasima Khan is hij meteen bloedlink en even later komt hij met een verrassende mededeling. “Na mijn overwinning hebben ze geprobeerd om me  kapot te maken – weer door verboden onderscheid te maken op grond van ras – en ben ik samen met een andere collega (nbrb) twee jaar geleden naar het College voor de Rechten van de Mens gestapt (CRM is de opvolger van de CGB). Eind mei van dit jaar komen ze met een oordeel”, vertelt hij. 

Ramlal laat een brief zien uit 2019 met een voorstel van de HHS om de zaak af te kopen voor tienduizend euro met als voorwaarde dat hij nooit meer erover mag praten. Verontwaardigd wijst hij het voorstel af en stuurt hij een verklaring aan het CRM: “Het voorstel deed onvoldoende recht aan mijn jarenlange ervaring met racisme en discriminatie op de HHS. Het komt op mij over als een doofpotactie en getuigt van onvoldoende besef van de ernst van de klacht en de traumatische gevolgen voor de slachtoffers”, schrijft hij. “Verder ontbreekt er een serieuze toezegging om er voldoende werk van te maken dat deze problemen niet meer op de HHS voorkomen.”

Raad van Europa

‘Iedereen heeft de verantwoordelijkheid om ‘racisme en discriminatie’ kritisch te volgen en aan te pakken’, staat op de website van De Raad van Europa. Dit invloedrijk Europees orgaan geeft ook enkele praktische aandachtspunten bij het ontwikkelen van beleid hierover en dit vormt een goede basis om de acties – of het gebrek hieraan – van de leidinggevenden van de HHS langs de meetlat te leggen.

      Er moet een duidelijke verklaring worden afgelegd – vooral bereikbaar voor iedereen binnen de schoolgemeenschap  waaruit blijkt dat racisme en  discriminatie niet wordt getolereerd. 
    In het beleid moet helder gemaakt worden welke procedures verplicht zijn als zich een incident voordoet met betrekking tot racisme of discriminatie. 
    Het beleid, inclusief de processen en overeengekomen acties voor het omgaan met incidenten, moet zich uitstrekken tot alle leden van de onderwijsgemeenschap; bestuurders, personeel (docenten en andere medewerkers), studenten en bezoekers.    
    Voor iedereen moet het helder zijn dat ze een eigen verantwoordelijkheid hebben – in elk geval binnen de schoolgemeenschap  om racisme en discriminatie aan te pakken. 
      De aanpak van een incident met betrekking tot racisme of discriminatie moet samenhangend en niet tegenstrijdig zijn. 
    De reactie op een incident met betrekking tot racisme of discriminatie moet worden gegeven vlak nadat het zich voordoet of wordt gemeld.
    Eventuele vervolgacties op een incident moeten plaatsvinden binnen een van tevoren overeengekomen tijdschema. 


Het is allemaal geen ‘rocket science’ als je alle betrokkenen bij de HHS wil beschermen tegen het kwaad dat inmiddels wijdvertakt is in de Nederlandse samenleving maar door velen simpelweg wordt ontkend. Voor wat het waard is; na de uitspraak in 2008 m.b.t. de zaak Ramlal/Ramsahai tegen de HHS heeft de CGB in 2009 een breed onderzoek laten doen naar racisme en discriminatie op de HHS. Kernvraag hierbij was: is er sprake van systeemdiscriminatie of stelselmatig onderscheid op grond van ras en wat zijn de mogelijke verklaringen. De adviezen in het rapport met de titel ‘Onderzoek naar discriminatie op de Haagse Hogeschool’ komen goed overeen met de aanbevelingen van de Raad van Europa. Zou je denken dat de HHS sinds die tijd wel racisme en discriminatie serieus neemt en adequaat handelt na een incident?

"Je bent hier te gast dus gedraag je naar je positie" 


Een student (nbrb) – die vanwege mogelijke represaillemaatregelen anoniem wil blijven - is daar in ieder geval niet van overtuigd. Hij vertelt over een klacht die hij had ingediend tegen een docent (nbrb), die volgens hem, stereotyperende en discriminerende uitlatingen had gedaan. “De eerstvolgende keer dat ik een werkstuk inleverde kreeg ik een onvoldoende. Ik vermoedde dat ik terug werd gepakt dus later heb ik hetzelfde werkstuk door een collega-student laten inleveren. Er waren alleen enkele kleine wijzigingen aangebracht, waaronder de titel, maar die student kreeg wel een voldoende”, vertelt hij. Ook vertelt de anonieme student over een voorval met een andere docent (nbrb) die het duidelijk niet kon hebben dat een Marokkaanse studente kritisch was tijdens een inhoudelijke discussie. “Hij viel naar haar uit en zei: ‘Je bent hier te gast dus gedraag je naar je positie’.” 

Pijnlijk om aan te horen – zeker in deze tijd met een dramatisch docententekort – is de opmerking van deze anonieme student dat hij minimaal zeven docenten (nbrb) kent uit de migrantengemeenschap die in de afgelopen jaren zijn gestopt met de uitoefening van ‘het vak’ en bij de HHS zijn vertrokken of op het punt staan dat te doen. “Ze hebben allemaal verteld waar ik bij was dat racisme en discriminatie hiervan de reden was”, zegt hij. Over de kwaliteit van de klachtenafhandeling is de anonieme student ook helemaal niet te spreken. Ondanks gesprekken met de belangrijkste aanspreekpunten van zijn opleiding is er verder niet zo veel gebeurd. Iedereen blijft in zijn positie, er volgt geen excuus en men gaat verder alsof er niets aan de hand is. “Ik vind dat de HHS niet goed met racisme en discriminatie omgaat. Ze schrijven zelf of werken mee aan 'mooie berichten' - zoals vorige maand in een AD-artikel over de discriminerende uitingen aan het adres van docent Wasima Khan (zie de link) - en daar blijft het bij. Vaak wordt er slecht gecommuniceerd en is er geen follow-up. Als ze met een reactie komen dan is het omdat ze niet anders kunnen”, zegt hij.

Typerend wellicht voor de manier waarop de HHS met dit vraagstuk omgaat is een gesprek tussen Leonard Geluk, op dat moment nog voorzitter van het college van bestuur(CvB) en Rudy van der Beek, student Public Management en Integrale Veiligheidskunde. Van der Beek voert het gesprek op persoonlijke titel en staat nadrukkelijk los van zijn vele nevenactiviteiten, onder meer als voortrekker en vertegenwoordiger van studentenbelangen. “Ik had aan Geluk een brief geschreven omdat ik signalen had ontvangen van docenten en studenten met een bi-culturele achtergrond dat zij zich buitengesloten voelden of te maken kregen met racisme of discriminatie. In het gesprek sprak ik mijn verontrusting erover uit en vroeg om maatregelen. Geluk had het over het instellen van een taskforce. Het probleem is dat ik hem op een maandag sprak en twee dagen later was zijn laatste dag op de HHS. Dus ik heb er verder niets over gehoord”, vertelt Van der Beek. Je zou denken dat zo’n brief wordt overgedragen en dat bijvoorbeeld een ‘tussenpaus’ met Van der Beek hierover communiceert. Helaas.


Fatima Faïd van de HSP
Volgens Fatima Faïd van de HSP is er reden genoeg om schriftelijke vragen te stellen aan het gemeentebestuur. “Dertien jaar geleden waren er heftige incidenten en de slachtoffers hebben gelijk gekregen. Als ik dan nu lees dat de HHS in die dertien jaar niet veel heeft gedaan dan ben ik geschokt. Het is een opleidingsinstituut in een super diverse stad en het is er niet veilig. Naar aanleiding van het artikel in AD (zie link) hebben we signalen ontvangen van studenten en docenten. Het kan niet zo zijn dat zij met racisme of discriminatie te maken krijgen en ziek thuis zitten en de HHS alleen maar roept dat ze een commissie in het leven gaan roepen”, geeft ze als toelichting.  

Tenslotte: los van de zeven docenten die volgens de anonieme student in de afgelopen jaren zijn vertrokken of op het punt staan dit te doen, is docent Wasima Khan per februari van dit jaar ook opgestapt bij de HHS. Onlangs heeft ze bovendien een klacht ingediend bij het CRM. Over de reden hoeft niemand naar te gissen. 


Artikel in AD/Haagsche Courant van 22 april 2020

vrijdag 4 oktober 2019

Als je recht wil praten wat krom is

Door Marjolein van Pagee (gastredacteur)


Twee dagen geleden was ik aanwezig bij de opening van de tentoonstelling ‘Dossier Indië’ in het Wereldmuseum in Rotterdam. Alle hotemetoten waren aanwezig, inclusief Ingrid van Engelshoven, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.



(Marjolein van Pagee, fotograaf, historicus en publicist)


Wat ik ervan vond? Het woord ‘ self-congratulation’ kwam bij mij naar boven. Iedereen die bij de organisatie betrokken was en aan het woord kwam feliciteerde zichzelf voor het benoemen van de zwarte bladzijden van onze koloniale geschiedenis. Ze vonden het bewonderenswaardig van zichzelf dat ze niet in de val zijn getrapt van ‘tempo doeloe’ (Door witte mensen beschreven geschiedenis van Indonesië in de negentiende –en twintigste eeuw, en spreekt vooral over een gelukkige tijd). Dat was toch wel een schouderklopje waard. Ondertussen gingen ze een nauwe samenwerking aan met het Indisch Herinneringscentrum in Den Haag. Onze Stichting Histori Bersama – notabene gevestigd in Rotterdam – is niet benaderd.

Ik was er samen met Jeffry Pondaag van Stichting Komitee Utang Kehormatan Belanda (K.U.K.B.), die net die dag te horen had gekregen dat zijn harde werk niet voor niets is geweest. De kinderen van de geëxecuteerde mannen uit Zuid-Sulawesi werden door de rechtbank in Den Haag in hun gelijk gesteld. De staat mag zich niet beroepen op verjaring van de misdaden. Ook werd het hoger beroep van de Staat afgewezen voor wat betreft de zaak Yaseman (Indonesiër die in juli 2017 aan Rechtbank Den Haag vertelde dat hij in 1947 in gevangenschap was gemarteld door Nederlandse militairen, door middel van elektrische schokken, volgieten met water en slaag met een stuk hout. Ze dachten dat hij vocht voor het Indonesische leger). Toch wel een doorbraak. Het werd zelfs even genoemd tijdens de opening.

Ook aanwezig was Francisca Pattipolohy (93 jaar), een vrouw die de koloniale realiteit (Lees: wreedheid) aan den lijve heeft ondervonden.

Maar al die confronterende foto’s ten spijt, het was voor mij een tentoonstelling die zich in de lijn stelt van het door de overheid gefinancierde onderzoek naar oorlogsmisdaden in 1945-1949, waar Pondaag en Pattipilohy zich al geruime tijd tegen uitspreken, zonder dat ze overigens een fatsoenlijk podium krijgen. 

Wat mij opvalt is dat het benoemen van de heftigheid van het kolonialisme tegenwoordig een acceptabele mening is. Het is alsof de Nederlanders zich voor het eerst realiseren dat het toch wel bruut was. De curatoren van deze tentoonstelling lijken te denken dat door het gebruik van confronterende beelden het dan niet koloniaal kan zijn. Terwijl ze ook zouden moeten invoelen dat al die heftige en vernederende foto’s heel confronterend zijn als je niet-wit bent. Zo banjeren ze ook over trauma’s heen. In een gesprek met de directeur probeerde Pondaag dit punt te maken, hij zag de slachtoffers waar zijn stichting voor opkomt niet respectvol vertegenwoordigd in deze tentoonstelling.

Toen ik de begeleidende tekst las over de Bersiap (Uiterst gewelddadige periode van 1945-1947 tussen Nederland en Indonesië), wist ik genoeg … ‘violence on both sides’… Met dat principe probeert Nederland al heel lang recht te praten wat krom is.

Over de tentoonstelling en de gastredacteur (Red.)
Met Dossier Indië toont het Wereldmuseum de geschiedenis van het gekoloniseerde Indonesië van de laatste 100 jaar. De vroegste foto’s schetsen een droombeeld van een prachtig Indie. De tentoonstelling laat zien hoe er door fotografen uit de negentiende eeuw bewust en onbewust een mythisch beeld van de kolonie werd gecreëerd. Aan het einde van de negentiende en in de twintigste eeuw veranderden de foto’s van karakter en ontstaat er een scherper beeld van de maatschappelijke verhoudingen. Het perspectief verschuift van de Nederlandse kolonialen naar de gekoloniseerde Indonesiërs. De tentoonstelling is te zien vanaf 2 oktober in het Wereldmuseum in Rotterdam.

Marjolein van Pagee is fotograaf, historicus en publicist. Ze volgde een master koloniale Wereldgeschiedenis aan de Universiteit van Leiden. 

zondag 8 september 2019

Zelfreflectie nodig in de Kunsten

Door Ernestine Comvalius (gastredacteur)

"Het diversiteitsbeleid in de cultuursector is faliekant mislukt.” Deze opvallende zin stond vorige maand in een artikel van NRC (Stop met opdringen witte cultuur) en is van Clayde Menso en Melle Daamen. Allebei hebben ze ruimschoots hun sporen in de culturele sector verdiend, onder meer als theaterdirecteur. Ze schrijven verder dat niet alleen qua publiek maar ook wat betreft organisatie gesubsidieerde theaters, concertzalen en musea, overwegend witte bolwerken blijven. Bovendien hekelen ze de argumenten die de gevestigde instellingen opvoeren om het diversiteitsbeleid echt vorm te geven. Zoals:  ‘Ze zijn er niet. Ze willen of kunnen niet. We hebben meer tijd, geld en best practices nodig.‘

Ernestine Comvalius



Als theaterdirecteur ben ik 20 jaar getuige van en deelnemer aan de discussie over de noodzaak van diversiteit en inclusie in de kunstensector. Het is verbluffend dat de excuses als een mantra worden herhaald. Terwijl ik dit schrijf hoor ik de echo van degenen die vinden dat er wel stappen zijn gemaakt. Er zijn nieuwe personen van kleur aangetreden als managers, de biastrainingen van bijvoorbeeld de Nederlandse Associatie voor Podiumkunsten worden goed afgenomen en er zijn legio voorbeelden van goede initiatieven.

De conclusie van Menso en Daamen dat het diversiteitsbeleid is mislukt, komt bij sommigen hard aan. De vraag is of er fundamenteel iets is veranderd in de afgelopen 20 jaar en of we blij moeten zijn met goede intenties, tijdelijke initiatieven en de trage stappen vooruit. Vele directeuren in de kunstwereld verkrampen bij de onvermijdelijke vernieuwing die nodig is om de organisatie en de programmering inclusief, representatief en relevant te maken dan wel te houden. Continu klaagt men over ‘een taak erbij’ of men noemt het ‘een verzwaring’ of dat het is ‘opgelegd door de gemeente’.

Ik neem deel aan verschillende directieoverleggen in Amsterdam en daarbuiten en hoor de weerstand en het gesteun aan. Ik denk niet dat men erbij stilstaat wat dit voor mij en andere personen van kleur in leidinggevende posities betekent. De gemeenschappen waar wij uit voortkomen worden enorm geproblematiseerd door personen die machtsposities bekleden. Meestal laten wij niet merken dat dit ons raakt. Beheerst gaan we het gesprek aan en geduldig verwoorden wij onze visie. Dat heb ik 20 jaar lang gedaan maar nu kies ik er voor om deze gesprekken niet meer lijdzaam te ondergaan. Ook al ben ik negen van de tien keer de enige zwarte vrouw in het gezelschap, dan nog zal ik de kritische vraag stellen: “Hoezo een taak erbij?” 

Niet zo lang geleden sprak een theaterdirecteur in een vergadering haar ongenoegen uit over jonge talenten van kleur omdat ze volgens haar altijd vinden dat ze gediscrimineerd worden en dat er altijd zo’n spanning ontstaat bij een grapje over ras of afkomst. Waarom kunnen ze niet alles van zich afzetten en gewoon doen, vroeg ze. Wat mij betreft laat ze hiermee zien dat ze een gebrek heeft aan historische kennis, geen inzicht heeft in bestaande machtsstructuren en iets tekort komt aan interculturele sensitiviteit.
  
Een ander voorval is de roep van een theaterdirecteur tijdens een conferentie. Volgens hem zou het fijn zijn als zwarte makers universele stukken produceerden die niet telkens het zwart-witprobleem adresseerden of hun positie in de samenleving. Ook deze spreker had geen besef van het dominante superieure perspectief van waaruit hij sprak. Universeel wordt gedefinieerd vanuit een westers perspectief. Het doet mij denken aan het interview met Toni Morrison waarin haar gevraagd wordt of zij ooit van plan is om witte personages centraal te stellen in haar boek. Haar antwoord is: begrijp je hoe racistisch deze vraag is. Zou je aan een witte schrijver ooit vragen wanneer hij van plan is om eindelijk eens over zwarte personages te schrijven? De vraag impliceert dat Morrison pas dan de status van een schrijver waard is. Menso en Daamen zijn voorstander van een ‘beleid dat gericht is op het bieden van ruimte aan verscheidenheid en (echte) diversiteit.’ Zij pleiten voor de bereidheid om macht en middelen te delen.

Met de voorbeelden die ik hierboven heb beschreven wil ik aantonen dat zolang er sprake is van superioriteitsdenken en een gebrek aan echte belangstelling voor andere kunstuitingen en perspectieven, de gewenste radicale verandering en de bereidheid om macht en middelen te delen zal uitblijven of in beperkte mate een kans zal krijgen. De vraag is in hoeverre de kunstwereld onderkent dat er sprake is van een dominant westers perspectief en in hoeverre men bereid is om daar kritisch op te reflecteren en op gelijkwaardige wijze met cultureel diverse makers in dialoog te gaan en andere perspectieven toe te laten. De instellingen binnen de kunstsector die niet sneller gaan meebewegen met de veranderende samenleving, kunnen op termijn hun relevantie voor grote delen van de samenleving verliezen en daarmee komt ook hun bestaansrecht in gevaar.

Touria Meliani, wethouder cultuur in Amsterdam, heeft in haar contourennota aangegeven dat representatie en inclusie leidend zijn in het Kunstenplan en dat zij voorstander is van een eerlijker verdeling van publieke middelen. De roep uit het kunstveld om meer geld als voorwaarde voor diversiteit en inclusie was teleurstellend, evenals de achterhaalde en uitgekauwde suggestie dat diversiteit en inclusie ten koste gaan van de kwaliteit in de kunsten. 

Vanuit het Cultuur Consortium Zuidoost, aangevoerd door CBK Zuidoost, Imagine IC en het Bijlmer Parktheater, hebben wij afstand genomen van dit geluid en een eigen reactie uitgesproken tijdens de vergadering van de Raadscommissie cultuur. Samen vertegenwoordigen wij 60 jaar ervaring op het gebied van programmering met én autonome kwaliteit én breed publieksbereik, betoogden wij. Voor ons zijn representatie en inclusie gedurende al die jaren de rode draad door ons werk. Onze expertise bouwden wij op in een tijd waarin de kunstensector neerkeek op ons werk in Amsterdam Zuidoost. Overigens hebben wij tijdens die raadsvergadering onze bereidheid uitgesproken om kennis te delen.  

Diversiteit en inclusie gaan over machtsdeling en representatie, maar vooral ook over de verrijking en vernieuwing van de kunsten in een onafwendbare ontwikkeling waarin de kansen voor het oprapen liggen. Daarvoor is zelfreflectie nodig, dat continue durven bevragen van gehanteerde referentiekaders. En niet te vergeten, de verbeelding. Is verbeeldingskracht niet een kernkwaliteit van de kunsten?






vrijdag 6 september 2013

Syrië: om de vrede te bewaren is geweld soms noodzakelijk

Door Stuart Kensenhuis

Bij een aanval met gifgas in een voorstad van Damascus Syrië zijn twee weken geleden op één dag meer dan 1400 mensen gedood. President Obama van de Verenigde Staten (VS) vindt dat een ‘rode lijn’ is overschreden door het Syrische regime van dictator Assad en wil toestemming van het Amerikaanse Congres om in te grijpen. De Britten doen niet mee tenzij er overduidelijk bewijs komt. Frankrijk wacht op de VS om samen op te trekken. “Deze aanval met massavernietingswapens is een ernstig gevaar voor onze nationale veiligheid en dat van onze vrienden aan de Syrische grens, zoals Israël, Jordanië, Turkije en Irak”, zegt president Obama. “Welke boodschap sturen wij aan de wereld als een dictator honderden kinderen kan vergassen en hiervoor geen enkele prijs betaalt?” 


De discussie over ingrijpen in Syrië wordt overheerst door één vraag: wat is het onweerlegbare bewijs? Eerlijk gezegd vind ik dat een beetje merkwaardig want algemeen bekend is dat Assad over chemische wapens beschikt en over de raketten om ze af te schieten. Over de rebellen is hierover nog nooit een rapport verschenen. Niet van de westerse landen, noch van de inlichtingendiensten van Assad of van zijn bondgenoten Rusland, China en Iran. En dat er chemische wapens zijn ingezet is net zo zeker als het bestaan van u en ik. Op de televisiebeelden zien we mensen met stuiptrekkingen, losse lappen huid, schuim op de mond, opengesperde pupillen en waarschijnlijk ademnood en een vertroebeld gezichtsvermogen. “Binnen 3 uur na de aanval kwamen honderden mensen naar het ziekenhuis met sterke aanwijzingen voor blootstelling aan een neurotoxisch gas”, zegt een woordvoerder van Artsen zonder Grenzen. Is dat niet voldoende? Ja, maar we willen de zekerheid dat Assad verantwoordelijk is voor die aanval, zeggen o.a. politici uit het Britse Lagerhuis.  Bizar vind ik dat want stel dat niet hij verantwoordelijk is maar de rebellen met onder meer groepen die aan Al Qaida zijn verbonden, hebben we dan niet een grotere verantwoordelijkheid om die chemische wapens uit de handen te schieten van dat zooitje ongeregeld? Of wilt u wachten totdat die rode lijn donkerrood is geworden met het bloed van nog meer kinderen, niet alleen uit Syrië maar ook uit Israël en Europa?

Terwijl Obama de democratie een dienst bewijst door zijn plan om in te grijpen voor te leggen aan het Congres, iets wat hij formeel niet hoeft te doen, zucht de Syrische bevolking onder de terreur van Assad, die niet schroomt om hele dorpen en voorsteden aan te vallen met o.a clusterbommen en chemische wapens. Onschuldige  mensen worden hierbij blind gemaakt, misvormd en gedood. Als dit geen kwaad is, rechtstreeks van de duivel, dan heeft het woord kwaad aan betekenis verloren. Zou u erop vertrouwen dat een man met zulke kleine geestelijke vermogens terughoudend zal zijn als hij de kans krijgt om opnieuw chemische wapens in te zetten? En dat hij niet van plan is om in te binden bewijst zijn onverholen bedreiging in de Franse krant Le Figaro: “Als het beleid van Frankrijk het Syrische volk geweld aandoet, dan is het onze vijand. Er zullen repercussies zijn, negatieve uiteraard, voor de Franse belangen.”

In resolutie 1674 van de Verenigde Naties (VN) staat dat landen mogen optreden om burgers tegen misdadige overheden te beschermen, maar dan alleen met toestemming van de Veiligheidsraad. En laat dit nu juist het orgaan zijn binnen de VN waarin Rusland en China, bondgenoten van Assad, een vetorecht hebben en elk voorstel blokkeren die aanzet tot ingrijpen in Syrië. Dit is dus geen optie. Als we hierop moeten wachten dan is heel de Syrische bevolking door Assad dood gebombardeerd of vergast. Machteloosheid en besluiteloosheid in optimale conditie. Had u iets anders verwacht van de VN? Moet ik u eraan helpen herinneren dat dezelfde organisatie in 1994 ook lijdzaam toekeek hoe 800.000 zwarten in Rwanda werden afgeslacht? Omwille van zijn macht en reputatie van keiharde Arabische leider zal Assad doorgaan met het schenden van de mensenrechten, iets waar zijn vader en vroegere president van Syrië, Hafiz Al Assad, ook goed in was. Los van de VN kan alleen Obama hem een krachtig antwoord geven die niet voor tweeërlei uitleg vatbaar is.

Wat zou u doen als iemand u mishandelt, vernedert, en berooft van uw geld, goud, zilver en kinderen? Blijft u passief, iets dat geen oplossing biedt en een verkeerd voorbeeld geeft aan anderen? Of wordt u actief en gaat u de strijd aan? Ik hoop voor u op het laatste want dat is Gods wil zoals verwoord in 1 Koningen 20: 1-43 van de Bijbel. In deze tekst eist Benhadad, de koning van Syrië, veel bezittingen op van Achab, de koning van Israël. Dit gebeurt met intimidatie en machtsvertoon. Eerst geeft Achab toe omdat hij denkt daarmee de vrede te bewaren, maar als Benhadad steeds meer eist gaat hij de strijd aan en verslaat hem. Is dit een waarschuwing over hoe de komende oorlog in onze moderne tijd in dat  gebied zal verlopen?  Wat ik wel weet is dat er geen weg terug is. We mogen niet verzaken als het gaat om het aanspreken van dictators en ander gespuis op hun criminele daden tegen hun eigen bevolking. En Assad terug bombarderen naar de eeuwige  jachtvelden van zijn voorvaderen lijkt me niet alleen in lijn met onze tekst uit de Bijbel maar is ook de enige optie. 

zondag 3 maart 2013

Ik was verliefd op Angela Davis

Door Stuart Kensenhuis

Angela Davis zit vast aan de herinneringen van mijn kinderjaren in Paramaribo Suriname. In 1970 was ik zes jaar oud toen ik haar voor het eerst op de televisie zag. Ik wist niet wat ze deed of waar ze voor stond. Vanwege haar Engelse taal wist ik wel dat ze uit Amerika kwam. Verder was ik te jong om haar te begrijpen. Maar haar torenhoge Afro-kapsel, die in mijn verbeelding reikte tot aan de hemel, vond ik geweldig. Als ik naar het televisiescherm kroop om haar te kussen werd ik teruggeroepen door mijn oma of tante. En verwonderd waren ze dat ik zo jong al onder de indruk kon raken van de schoonheid van een zwarte vrouw. Ik was verliefd en ik wilde van haar proeven, zoveel is duidelijk. Maar hoeveel waarde kan je hechten aan de gevoelens van een snotneus?

Angela Davis in 1970

Vele jaren later, ik studeerde toen aan de universiteit in Nederland, begreep ik pas dat Davis in 1970 vooral bekend was omdat ze als derde vrouw in de Amerikaanse historie op de lijst stond van meest gezochte personen door het Federal Bureau of Investigation (FBI). Vijf op haar naam geregistreerde wapens, waaronder een jachtgeweer met afgezaagde loop, waren gebruikt bij de gijzeling in een rechtszaal in Marin County California en daaropvolgend de ontvoering en moord op rechter Harold Haley. De actie was vermoedelijk bedoeld om enkele strijders van de radicale ‘Black Panther’ organisatie vrij te krijgen uit de Soledad gevangenis in California. Assistent officier van justitie Gary Thomas kreeg bij deze actie een kogel in zijn wervelkolom en raakte verlamd vanaf zijn heup naar beneden. De vier mannen die de actie uitvoerden werden doodgeschoten door de politie en door Thomas die een wapen wist af te pakken.

Uitgeholde boeken, vermoedelijk om kleine vuurwapens te verbergen, werden bij de mannen gevonden. Aan de binnenzijde van de omslag van twee boeken stond de naam ‘Angela Y. Davis’ en een markeringsdatum. Titels? ‘The politics of violence; revolution in the modern world’ en ‘Violence and Social change’. Na het mislukken van de actie dook Davis onder en maanden lang werd er op haar gejaagd, iets dat doorging voor de meest beruchte zoektocht in de recente Amerikaanse geschiedenis. Na haar arrestatie volgde een rechtszaak en in 1972 werd ze vrijgesproken. Davis heeft altijd ontkend erbij betrokken te zijn en zei dat de wapens en boeken van haar gestolen waren door de zeventienjarige Jonathan Jackson, een goede vriend van haar en één van de mannen die de gewelddadige actie in de rechtszaal uitvoerden.

Maar Davis streed toch voor vrouwenrechten en de zwarte burgerrechtenbeweging? Dat is een geromantiseerd beeld van iets waarbij ze in de jaren zeventig slechts zijdelings betrokken was. Wellicht zette haar schoonheid en welbespraaktheid mensen op het verkeerde been, want in werkelijkheid was bij haar al vroeg de doctrine van revolutionair geweld ingeprent en ze was een krachtige supporter van de ‘Black Panther’ organisatie. Verder was ze een beruchte communist die vanaf haar pubertijd werd geïnfecteerd met een dagelijkse dosis Marxistische en Leninistische propaganda. Eigenlijk haatte ze hartstochtelijk de Verenigde Staten van Amerika en riep ze op voor de bevrijding van haar land “by any means necessary”. Klinkt dit als iemand die de lijnen van de zwarte protestbeweging van toen kon volgen? Die waren toch vooral van het vreedzame protest?

Ik ben ondersteboven van de overgave van Davis aan het communisme. Toen al had deze ideologie als hoogste doel het kapot maken van iets wat ons het meest dierbaar is: onze vrijheid. Als het ergens werd geïntroduceerd ontstond er meer repressie dan het systeem dat was vervangen. Was dit voor haar een redding? Het was een schild tegen het geweld en de rassenhaat in haar land. Althans, zo dacht Davis over het communisme. Ik denk dat dit is ingegeven door haar jeugd op ‘Dynamite Hill’, een wijk in Birmingham Alabama waar ze opgroeide, vol met agressie en aanvallen van o.a. de Klu Klux Klan (KKK). De enigen die toen juridische steun en vriendschap aan haar familie en anderen aanboden waren de advocaten van de Communistische Partij.

En mijn verliefdheid? Ook al was ik in 1970 net zo oud geweest als Davis (26), ik had geen schijn van kans gemaakt. Haar intellect was superieur en van haar schoonheid kon niets afgehaald of toegevoegd worden zonder dat het slechter werd. Bovendien was ze hevig verliefd op een man aan wie ze de volgende woorden schreef: “Ik hou van je met nog meer onbegrensde en onoverwinnelijke liefde. Ik ben je vrouw voor de rest van je leven.” Dat deze man George Jackson was, ‘Black Panther’, gevangene in de Soledad gevangenis en de oudere broer van Jonathan Jackson, één van de mannen die de gewelddadige actie in de rechtszaal van Marin County uitvoerden, doet dan niet eens meer ter zake. Als Davis zou hebben meegewerkt aan een actie om hem te bevrijden, dan zou dit nooit gebeurd kunnen zijn vanwege zoiets persoonlijks als de liefde. In haar visie was er een hoger doel om voor te strijden: de bevrijding van Amerika.

Wat over blijft is respect voor haar kritische geest. Het is onduidelijk of Davis in staat was om eeuwige waarheden over kennis, politiek en ideologie te vinden. Daarvoor was ze in 1970 wellicht nog te jong en afwachten vond ze maar niets. Vrijheid en autonomie zijn wat mij betreft eigenschappen waarbij altijd God betrokken moet worden. En wie de Bijbel leest komt wellicht uit op Johannes 14:6, een tekst waarin Jezus zegt dat Hij zelf de weg, de waarheid en het leven is. Ons wereldbeeld wordt dus door Hem bepaald en niet door het communisme of een andere politieke ideologie. Kom met dit bij Davis niet aan: “Mijn ouders leerden ons dat we kritisch moesten zijn op de manier waarop alles ging”, zei ze, “anders konden we ons eigen bestaan niet rechtvaardigen. We moesten ons leven toewijden aan een beter leven voor ons allemaal. Wie je ook bent, waar je ook bent, maakt niet uit of je student, wetenschapper, arbeider of artiest bent, er zijn altijd manieren om je werk te transformeren en van betekenis te zijn.”