donderdag 30 september 2010

Regering Bouterse stuurt militairen de straat op

Door Stuart Kensenhuis

Regering Bouterse van Suriname stuurt militairen de straat op  voor patrouilles met de politie. Hoe lang de ingreep duurt, om hoeveel soldaten het gaat, wat de kosten zijn en welke wapens worden ingezet, is niet bekend gemaakt. Tijdens de persbriefing zei minister Martin Misiedjan van Justitie en Politie het volgende: “Misdaden zijn niet aanmerkelijk toegenomen. Er is hooguit sprake van verruwing, maar de burger moet beschermd worden.” Naast hem zat Lamuré Latour,  minister van Defensie en Delano Braam, korpschef van politie.

Foto: Annelies Verhelst


Ik heb lang nagedacht of ik over deze ingreep een column moest schrijven. Ogenschijnlijk is hier sprake van een goede maatregel om de criminaliteit te bestrijden. Het gaat om het vergroten van het veiligheidsgevoel. En zo wordt het ook gebracht. Wie kan daar tegen zijn? Maar, al bij zijn aanstelling zei minister Latour van Defensie dat hij meer militairen in de straten wilde zien. Niet lang daarna bracht hij een bezoek aan de Memre Boekoe kazerne en hij zinspeelde op de terugkeer van de goede oude tijd. Wat dit ook moge betekenen. Onlangs zag ik een kookprogramma op de Nederlandse televisie. Met slechte ingrediënten kan je nooit een goed gerecht maken, zei een kok.  Daarna las ik Matthéüs 12 vers 33 uit de Bijbel: ‘acht de boom goed, maar dan ook zijn vrucht. Of acht de boom slecht, maar dan ook zijn vrucht. Want aan zijn vrucht kent men de boom.’  Het kwartje viel en ik wist precies wat mij te doen staat. 

Weet u het nog? Begin jaren tachtig. Televisiebeelden vanuit Paramaribo Suriname. Vooral jonge zwarte mannen,  liggend op hun buik in het gras.  Alleen hun onderbroek hebben ze nog aan. Hun handen zijn op de rug  gebonden.  Militairen slaan met de bullepees of met de kolf van een geweer. Hard en raak. Huilen. Vragen om vergeving in het Surinaams. Een man staat  goedkeurend te kijken. Het is Henk Herrenberg, Bouterse aanhanger en de latere ambassadeur in Nederland voor de republiek Suriname. Met elke slag is de rechtstaat verder vernietigd. Het kan hem vermoedelijk niet zoveel schelen of hij heeft er nooit zinnig over nagedacht. Het is één van de voorboden van het grotere kwaad dat in de jaren daarna in Suriname gebeurde. “Als ik me zou moeten afvragen wat voor problemen mensen hebben met militairen, dan zeg ik: ik zou dat niet weten,” zei minister Latour onlangs. Heeft deze man een gebrek aan inzicht of trekt hij weinig lering uit dat wat in het verleden is gebeurt? U mag het zeggen.

Cijfers over de stand van de criminaliteit zijn niet genoemd door de heren ministers. Meten is weten, is een gezegde dat in dit geval wel geldt. Maar ja, als je niet meet.... En dan de kosten voor deze operatie. Twee weken geleden zei Wonnie Boedhoe, de Surinaamse minister van financiën, dat de overheid zich alleen de meest dringende uitgaven kan veroorloven. Hoe valt dit te rijmen met de ongetwijfeld hoge operationele kosten voor de inzet van militairen? En, kan dit geld niet beter besteed worden aan de versterking van de politieorganisatie? Ook hier heb ik niemand over gehoord.  Wat doet het zogenaamde verhoogde veiligheidsgevoel voor de toerist, die het land binnenkomt met de harde valuta waar de Surinaamse overheid een gebrek aan heeft? Ik krijg namelijk een heel ander gevoel als een soldaat in een camouflagepak en een uzi mitrailleur voor mijn neus verschijnt, maar dit even terzijde. Sommige mensen kunnen mijn vragen missen als kiespijn, ik weet het. Maar dit zijn toch vragen waar ik beslist op zou inzoomen als ik in Suriname woonde.
      
In een wereld die verguld is van zondige mensen, is de inzet van politie en justitie onvermijdelijk. Een Surinaamse politieagent is getraind om in overeenstemming met de geldende rechtsregels, de orde te handhaven en hulp te verlenen. Het gebruik van geweld is gekoppeld aan een geweldsinstructie. Zo niet voor een militair. Hij of zij is getraind om tegenstanders snel uit te schakelen en eventueel te doden. Daarom is bij hun inzet de nodige voorzichtigheid geboden en moet er een uitzonderlijke situatie aan ten grondslag liggen. Ik denk aan terreur, rampen, oorlog, etc. Heeft u de bijzondere situatie die hun inzet rechtvaardigd al gevonden? Ik niet hoor. Niet in de argumentatie van de minister van Justitie en Politie, noch in die van de minister van Defensie. Waarom dan de inzet van militairen? Ik hoop op een gevalletje ‘windowdressing’.  Maar eigenlijk lijkt het meer, net als in de jaren tachtig, op een van de voorboden waarmee de ontmanteling van de rechtstaat is begonnen. Ik blijf het volgen en ik bid voor voorspoed  en veiligheid van dit volk dat me aan het hart gaat. U hoort nog van mij.

maandag 13 september 2010

‘Geen cv’s meer van waarheid en leugen’

Door Stuart Kensenhuis

Vanaf 2012 is er een centraal landelijk diplomaregister. De ministerraad heeft hiermee ingestemd op voorstel van staatssecretaris Van Bijsterveld van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Hierdoor kunnen onderwijsinstellingen, burgers, werkgevers en de overheid bij één loket terecht voor controle van een diploma. Dit is tevens een voorziening bij brand of diefstal.

Charles Schwietert
Denkt u meteen aan Charles Schwietert als u dit bericht leest? Ik wel hoor! Zijn ‘pijnlijke val’ staat in mijn geheugen gegrift als de dag van gisteren. Met een  curriculum vitae (cv) van waarheid en leugen probeerde hij namens de VVD een plekje in de Nederlandse politieke geschiedenis te verwerven. Dat is hem gelukt, maar wel om een andere reden dan hij vermoedelijk in gedachten had. “Ik heb te snel ja gezegd tegen het verzoek om staatssecretaris van Defensie te worden. Bovendien heb ik de tegenstand bij mijn benoeming schromelijk onderschat,” jokte hij bij zijn aftreden in november 1982.

De waarheid is echter dat voor zijn naam de titel doctorandus stond, terwijl hij nooit was afgestudeerd aan een universiteit. Ook zijn bewering dat hij tijdens zijn militaire dienst luitenant was geweest, klopte voor geen meter. Hij had het niet verder geschopt dan korporaal. Schwietert is slechts 3 dagen staatssecretaris geweest, een record dat pas in 2002 werd aangescherpt door Philomena Bijlhout van de LPF. Zij moest al na een paar uren het ‘bijltje’ erbij neerleggen als staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het ging om haar periode bij de Volksmilitie in Suriname. Net als Schwietert had ze onjuiste informatie verstrekt. Een doodzonde in de Nederlandse politiek.

Waarschijnlijk is Schwietert daarna nooit vervuld van de Heilige geest, want in 1994 raakt hij opnieuw in opspraak. Hij beweerde dat hij was gepromoveerd in de politicologie aan de Hawthorne university in Salt Lake city USA. Volgens de Nuffic, de Nederlandse organisatie die onder andere buitenlandse diploma’s beoordeeld, was dit geen erkende universiteit. Zijn diploma had dus geen enkele waarde. Een anonieme bron onthulde niet lang daarna dat hij met een vervalst academisch diploma toegang had gekregen tot het promotierecht. De onderwijsinspectie van de staat Utah begon daarna een onderzoek, waarop Schwietert besloot om zijn diploma in te leveren. Tegenwoordig is hij communicatieadviseur en schrijver.

Evan Rozenblad
Ook Evan Rozenblad probeerde met een 'opgepimpt' cv een politieke functie te verkrijgen. In 1994 was hij een van de nieuwkomers voor de PVDA in de Tweede Kamer. In zijn cv stond dat hij kandidaatsexamen rechten en ook propeduese examen economie had gedaan. Na de verkiezingen bleek dat hij alleen een paar colleges had gevolgd. Verder bleek na onderzoek dat hij geen directielid was geweest van de Anton de Kom universiteit in Paramaribo Suriname. Daar was hij   slechts één van de leidinggevenden van de bibliotheek.

Vlak voor de verkiezingen in 1994 had Rozenblad een kort vraaggesprek op de televisie met Wouke van Scherrenburg, de blonde ‘pitbull’, van de Nederlandse politieke journalistiek. “Hoe gaat u straks om met moeilijke vragen van journalisten?” Toen Rozenblad in zijn antwoord het woord bestrijden gebruikte, wist ik genoeg. Dit is geen serieus politicus, dacht ik. Met zijn ringbaardje en sinds lang verouderde taalgebruik leek hij meer op een Surinaamse schuinmarcheerder, maar dit even terzijde. Niet veel later kwam het probleem met zijn cv aan het licht en kon hij gaan ‘genieten’ van een riant wachtgeld. Tegenwoordig woont hij in Suriname. Daar is hij onder andere lid van het ondersteuningcomité van de Surinaamse fietsersbond. Daarnaast verzorgt hij lezingen en vertelt hij verhalen aan kinderen. Sprookjes, vermoed ik.

Goed dat de overheid een diplomaregister instelt. Maar in de politiek doet een titel meer of minder eigenlijk niet ter zake. In het koninkrijk van God overigens ook niet. Dr., drs., mr., bachelor of master, who cares? Het gaat erom dat je goed en betrouwbaar bent. Jammer dat Schwietert en Rozenblad zich dit niet hebben gerealiseerd. 

dinsdag 7 september 2010

Het masker van Geert Wilders is afgevallen

Door Stuart Kensenhuis

Geert Wilders heeft de formatiebesprekingen opgezegd. Hij wil absolute zekerheid dat de samenwerking niet door dissidenten in het CDA wordt geblokkeerd. Het gaat vooral om Ab Klink, Kathleen Ferrier en Ad Koppejan. “Een mogelijk ja van het CDA-congres moet bindend zijn, anders moeten ze hun Tweede Kamerzetels ter beschikking stellen,” zegt Wilders. Het CDA kan niet aan zijn eis voldoen.

Klink heeft gisteren plotseling besloten om toch uit de Tweede Kamer te vertrekken. Wellicht onder druk van zijn eigen fractie. “Er zijn nog twee dissidenten over,” huilt Wilders, alsof u en ik niet meer kunnen tellen.


Foto door Alex MacNaughton

Tja, 1.5 miljoen kiezers in de steek laten en doen alsof het aan een ander ligt. Je moet maar durven. In Lucas 8 vers 16 van de Bijbel, staat een tekst waar ik onmiddellijk aan moest denken toen Wilders opzegde. ‘Niemand steekt een lamp aan en bedekt die met een vat of zet haar onder een bed, maar hij zet haar op een standaard, opdat wie binnentreden het licht mogen zien’. In relatie tot Wilders vertaal ik de tekst als volgt. Hij is de besprekingen ingegaan en probeerde om zo goed mogelijk zijn ware karakter te verhullen. Klink, onderhandelaar naast Maxim Verhagen en het geweten van het CDA, voelde zich er ongemakkelijk bij. Hij zag het masker van Wilders. En toen dit definitief was afgevallen kwam ook meteen iets anders aan het licht: een gebrek aan politiek strategisch inzicht.

Had Wilders niet door dat het CDA-congres met een behoorlijk akkoord gewoon ja had gezegd? Had Verhagen hem niet verzekerd dat hij de bezwaren van de dissidenten kon wegnemen? Of dat er voor hun gedachtegoed niet echt weerklank was in de fractie? Over het hele pakket aan wensen was op een haar na een akkoord bereikt. Bezuinigingen, veiligheid, immigratie en asiel, ze waren al behandeld. Dan wacht je toch even rustig de democratische besluitvorming in het CDA af? Wat had hij te verliezen? Niets!

Waarom gaat Wilders dan 'voor het zingen de kerk uit'? Dat doe je niet als je stoer bent en met genadeloze ‘oneliners’ iemand de hoek in kan drijven. En ook niet als je het belangrijkste principe kent in de politiek: de juiste keus maken, op het juiste moment. Dit principe is bekend in Langetabbetje Suriname, in Timboektoe Mali, maar ook in Den Haag en in de rest van de wereld. "Het vertrouwen was weg", zei Wilders. Lariekoek! Onze peroxide blonde vriend heeft gewoon een bijzonder gebrek voor een politicus: niet verder kunnen kijken dan het moment, en daarnaar durven handelen.

In geen twintig jaar komt deze kans voor Wilders terug. Ik geloof er niet in. Zelfs niet als de twee andere dissidenten, Ferrier en Koppejan, de CDA-fractie verlaten. Als dit gebeurt is er sprake van een scheuring binnen het CDA, een zuivering uit opportunistische overwegingen, iets waarmee het CDA een behoorlijke ruk naar rechts maakt. Wellicht dat de fractie daar geen probleem mee heeft, maar het CDA bestaat uit meer leden. Die zullen zich nog harder gaan roeren. Dan is er sprake van een instabiele partij. Daar wil niemand mee samenwerken. Ook niet als je tot dezelfde politieke familie behoort.

Op de langere termijn zie ik de PVV ook niet in de regering komen omdat het percentage linkse en rechtse kiezers in Nederland altijd ongeveer gelijk verdeeld is. Wilders heeft geen boodschap aan samenwerken, binden en gedogen, dus over links zal het niet lukken. Over rechts zou hij alleen met de VVD in de toekomst een regering kunnen vormen. Maar ook dit is onwaarschijnlijk omdat de VVD kleiner wordt naarmate de PVV groeit. Meer dan 75 zetels halen ze samen dus nooit. Ik kan me sterk vergissen, maar ik denk dat het voor de PVV en Wilders voorlopig is uitgespeeld.

En hoezeer dit door zijn tegenstanders ook wordt bejubeld, ik vind het jammer. Want zoals ik de vorige keer al schreef, Wilders stelt terecht een kernvraag in de politiek, waar de linkse partijen en het CDA niet of nauwelijks hun vingers aan willen branden. Is de islam een probleem in Nederland en andere westerse samenlevingen? Ik vind het niet meer dan redelijk dat de stem van zijn kiezers via hem wordt gehoord. Het gevaar van uitspattingen is anders niet denkbeeldig. Praat bijvoorbeeld eens met mensen in de oude wijken van de grote steden, die de "verdergaande islamisering" volgens Wilders, aan den lijve ondervinden. U weet dan precies wat ik bedoel.

Tenslotte nog even dit: gisteren heeft Wilders advies uitgebracht aan koningin Beatrix over een nieuwe consultatieronde voor de kabinetsformatie. Hij was jarig en bracht een Limburgse vlaai voor haar mee. Ik heb voor haar gebeden dat God haar beschermt. En ook dat ze die vlaai meteen in de vuilnisbak kiepert. Van een man die enkele jaren geleden zei dat hij de koningin niet in de regering wil, zou ik namelijk niets te eten aannemen. U wel?



woensdag 1 september 2010

Geert Wilders moet even dimmen

Door Stuart Kensenhuis

Geert Wilders vindt dat prominente CDA-leden een hetze voeren tegen de PVV. Hij reageert hiermee op de open brief van ex-minister Veerman en anderen over de kabinetsformatie. ’Wacht even de onderhandelingen af en stop met het demoniseren van 1.5 miljoen kiezers,’ schrijft Wilders op zijn twitterpagina. Dit is zijn tweede uitval in korte tijd naar het CDA. Onlangs noemde hij partijvoorzitter Bleker een enorme zeurpiet.

Niet zeuren!

Ik denk dat Wilders even moet dimmen, want hij heeft het CDA nodig om zijn politieke invloed te vergroten. Met steun aan een minderheidskabinet van VVD en CDA houdt hij perspectief op een rechts-liberaal beleid en uitvoering van een deel van zijn partijprogramma. Anders dreigt voor zijn partij een echec, net als bij de gemeenteraadsverkiezingen in Almere en Den Haag. Grote zetelwinst, maar geen politieke verantwoordelijkheid. Nog een paar keer zo’n zeperd en de PVV staat definitief bekend als de partij die roept en zwaait, maar niet binnen wordt gelaten.

U weet hoe het is gegaan met het Vlaams Blok/Belang in België, een partij die je kunt vergelijken met de PVV in Nederland. Jarenlang groot en sterk, nu klein en zwak. Wilders loopt hetzelfde risico met zijn partij. En de CDA-leden de schuld geven als hij nu buiten wordt gelaten heeft geen zin. Daar trapt niemand in. U wel? De partijvoorzitter van je belangrijkste toekomstige partner een zeurpiet noemen, vind ik wat dat betreft niet echt slim. Alsof het CDA de PVV nodig heeft. Nee hoor! Die gaan net zo makkelijk de oppositie in. En over vier jaar weer terug groeien. Ja, daar hebben ze geen twijfels over in het CDA. Dus, even dimmen.

Niemand zal ontkennen dat Wilders welbespraakt is, duidelijk en altijd klaar om iemand verbaal om de oren te slaan met een ‘oneliner’. Ik moet eerlijk bekennen dat ik soms erg om hem moet lachen, al is het maar omdat hij durft te zeggen wat anderen alleen durven te denken. Maar strategisch dom is toch echt een negatieve ‘oneliner’ loslaten op de partner die sowieso al twijfels had over de samenwerking. En van die etnische registratie in zijn partijprogramma moet ik al helemaal niets hebben. Brrr! VoIgens mij steigeren ze in het CDA daar ook over. Ik wil dan niet meteen denken aan de deportatie en vernietiging van de Joden in de Tweede Wereldoorlog, maar het scheelt niet veel. Als hij bovendien zegt dat hij alleen werkt voor Henk en Ingrid, de exponenten van de Hollandse cultuur, dan vraag ik me meteen af waar ik dan in pas. Nergens dus.

Maar, ook ik moet toegeven dat hij, na de dood van Pim Fortuyn, een belangrijke verdienste heeft voor de Nederlandse politiek. Hij mobiliseerde nog meer het ongenoegen in de samenleving over de steeds verdergaande islamisering. Zijn kernvraag: is de islam een probleem in Nederland en in andere westerse samenlevingen, is terecht gesteld en op de politieke agenda geplaatst.  Geen linkse partij of het CDA heeft zich tot nu echt hieraan gewaagd. Wellicht bang voor electoraal verlies bij de verkezingen door het wegtrekken van de allochtone kiezers. En dat is jammer. Want nu lijkt het wel alsof opkomen voor dit waardevolle land, er trots op zijn, de veiligheid bewaken en je cultuur verdedigen, uitsluitend een rechts thema is. Dom, dom, dom van die linkse partijen. En ook van het CDA.

Toch moet Wilders zich nog even inhouden. Wellicht moet hij zijn ‘oneliners’ in het zand schrijven, naar het voorbeeld van Jezus in het boek Johannes 8 van de Bijbel. Hiermee toont hij bewogenheid voor zijn tegenstanders door ze niet openlijk voor schut te zetten. Kan Wilders dit? Hmm, ik weet het niet. Laat ik toch maar even voor hem bidden. Maar ook voor een regering die perspectief ziet in de mensen die in dit land samenwonen. Autochtone en allochtone Nederlanders. Het maakt niet uit. Daarom bid ik bovendien dat mensen bevrijd worden van xenofobe gevoelens en terroristische toestanden, zoals van radicale islamieten en nog meer van dat soort gevaarlijk tuig.

maandag 23 augustus 2010

Obama: christen of moslim

Door Stuart Kensenhuis

President Obama is een moslim, zegt 18 procent van de Amerikanen. Een toename met ruim 7 procent in vergelijking met vorig jaar. 43 procent heeft geen idee welke godsdienst hij belijdt. Dit blijkt uit een enquête door het Pew Research Center for the People & the Press in Washington DC. Deze onafhankelijke organisatie onderzoekt de relatie tussen politiek, journalistiek en beleid.

Obama: de grote twijfelaar?

Een paar uur na de bekendmaking van de resultaten verscheen een persbericht van het Witte huis. ‘Obama is gewoon een christen,’ staat erin. Hmm. Hier klopt iets niet, dacht ik. Waarom vindt hij het noodzakelijk om via een persbericht duidelijkheid te geven over zijn religieuze identiteit? ‘Mister cool,’ dat is hij toch? De man die met een glimlach en een kwinkslag zware zaken van zich af laat glijden. Maar zijn persbericht is meer een reactie van iemand die in paniek is geraakt.

Obama heeft een probleem: twijfel, halfslachtigheid en tegenstrijdigheid markeren soms zijn uitspraken en handelingen. Wat mij betreft beïnvloed dat ook zijn beleid. Dan onstaat er verwarring en mensen weten niet meer waar ze aan toe zijn of wat ze moeten geloven. Natuurlijk wordt dit voor een deel veroorzaakt door de aanvallen van zijn tegenstanders, maar voor een groot deel is hij daar zelf debet aan. Een goed christen bezoekt bijvoorbeeld regelmatig de kerk. Wat blijkt: Obama bezoekt veel minder de kerk dan zijn twee voorgangers, de presidenten George W. Bush en Bill Clinton. In de  religieuze samenleving die Amerika is, wordt dit feilloos aangevoeld. Ook al zegt Obama dan nog zo vaak dat hij een christen is, hij wekt een andere indruk.

Een ander voorbeeld. ‘God damn Amerika,’ zei Jeremiah Wright, Obama’s pastor in de Trinity United Church of Christ in Chicago. Twintig jaar lang bezocht Obama deze kerk. Uit de preken van Wright blijkt dat hij het verleden gebruikt om te ‘slaan’ en te verwijten. Van mijn eigen pastor heb ik geleerd dat wij het verleden moeten gebruiken om onze toekomst beter in te delen. En ook dat grove en negatieve taal geïnspireerd is door de duivel. Een goede christen herkent dit meteeen. Zo niet Obama. Hij weigerde om tijdens zijn campagne voor de presidentverkiezingen in 2008 onmiddellijk afstand te nemen van Wright. Sterker nog, hij noemde hem een oude oom die weliswaar dingen zegt waarmee hij het niet altijd eens is, maar die hij niet zomaar de rug zal toekeren. Het mosterdzaadje van de twijfel is geplant.

Ook als het gaat om de bouw van de ‘Ground Zero moskee’ is Obama niet eenduidig in zijn uitspraken. Vlakbij de geplande bouwplek zijn op 11 september 2001 bijna 3000 mensen omgekomen door radicale islamitische terreur. Uit peilingen blijkt dat het overgrote deel van de Amerikanen tegen de bouw van een islamitisch centrum in Manhattan is. Als reactie hierop verwees Obama aanvankelijk naar het grondwettelijke recht van de godsdienstvrijheid. Er brak een storm van protest los, vooral onder zijn republikeinse tegenstanders. Een paar dagen later slikte hij een deel van zijn woorden in. ‘Ik had het niet over de wijsheid van het besluit om op die plek een moskee te bouwen,’ zei hij.

Dat is mij te vaag. Hij begint over wijsheid, maar zet niet verder in. Een gemiste kans om het onderwerp bij de keel te grijpen en in te zetten op een verbod dat op die plek ooit een moskee zal worden gebouwd. Want een juridisch recht betekent toch niet dat het juist en rechtvaardig is? Stel je voor dat Duitse investeerders een hotel of kerk willen bouwen op de plek van kamp Auschwitz. Dan zou heel de wereld op zijn achterste benen gaan staan. Die plek symboliseert namelijk de poging tot vernietiging van het Joodse volk door nazi Duitsland. Geen enkel juridisch recht om te bouwen kan ooit voor Duitsers op die plek geldig zijn. Zo zou het ook moeten zijn voor islamieten en Ground Zero. Dat ligt te gevoelig. Obama zou dat moeten begrijpen. Nu denken veel Amerikanen dat hij de bouw van die moskee steunt. En ook dat hij een moslim is.

En daar zit nu precies de bedoeling van zijn persbericht. De schade proberen te herstellen en de verkeerde indruk weghalen. Wat dat betreft gedraagt Obama zich naar het oude adagium in de Amerikaanse politiek: wie geen christen is kan het schudden bij de verkiezingen. De eerste voorronden zijn weliswaar pas over anderhalf jaar, maar wel dichtbij genoeg om er rekening mee te houden. Ik ga niet bidden dat hij opnieuw de verkiezingen wint, want hij is me te links. Ik ga wel bidden dat hij een goede christen wordt. Daar heeft hij veel meer aan in dit leven en ook in het hiernamaals.

zaterdag 14 augustus 2010

Bouterse negeert Aart Jacobi

Door Stuart Kensenhuis

De Nederlandse ambassadeur Aart Jacobi verscheen op de inauguratie van Desiré Bouterse in Suriname. Hij was niet welkom. Althans, de aanhangers van Bouterse vonden dat hij maar beter weg kon blijven. Toen hij binnen was zag hij dat er geen stoel voor hem was klaargezet. Zijn vrienden - de ambassadeurs van China en India - bleven demonstratief staan en eisten een stoel voor hem. De stoel kwam snel.

Bouterse tijdens zijn inauguratierede
(Foto door Annelies Verhelst)

Jacobi klapte geen enkele keer tijdens de plechtigheid, wat zijn vrienden wel veelvuldig deden. Merkwaardig! Had Jacobi het niet naar zijn zin tijdens het feestje? Of dacht hij aan de woorden van zijn baas, minister Verhagen van Buitenlandse zaken, die in scherpe bewoordingen had laten blijken dat Bouterse in de cel thuishoort. Ooit was Bouterse in Nederland namelijk veroordeeld voor drugstransporten maar hij wist zijn straf telkens te ontlopen.

Jacobi besloot aan het einde van het feestje Bouterse niet te feliciteren. Opnieuw een vreemde ‘move’, want zijn vrienden deden dat wel. Zelfs meneer Venetiaan, de voorganger van Bouterse als president, feliciteerde hem. Dus daar had Jacobi een goed voorbeeld aan kunnen nemen. Een vraag: waarom gaat de Nederlandse ambassadeur naar een feestje van een nieuw gekozen president die hij niet mag? En als hij dan toch gaat, is het niet verstandig om uit respect voor het ambt hem dan even te feliciteren?

Iets anders: Bouterse heeft tijdens zijn feestje een opmerkelijke toespraak gehouden. “Laat mij u vandaag zeggen,” zei hij, “we gaan een kruistocht houden tegen corruptie in dit land.” Oei! Ik zag hem met zijn rechterarm schudden alsof hij aan een beginnende Parkinson leed. Zijn taal werd hard en bijna vuig. Het was alsof zijn innemendheid, zijn prettige omgangsvormen, plotseling verdwenen. Kennen we dit niet? Hebben we dit niet al eerder gezien en gehoord in de periode 1980-1990, toen hij door een coup aan de macht kwam?

Zijn de Surinamers vergeten wat de gevolgen waren? Even een kleine opsomming: De Centrale Bank van Suriname (CBvS) leeggeplunderd, een sterke toename van drugsgebruik en hieraan gerelateerde criminaliteit, brute moorden, politieagenten weggeschoten, de pers gemuilkorfd, de militaire macht misbruikt om angst te zaaien en persoonlijke vetes uit te vechten, politieke chaos, hoge inflatie, toename van vrouwenhandel en kinderprostitutie, etc. En dat allemaal onder dezelfde man die nu weer de macht heeft? Het moet niet gekker worden!

Als Bouterse een kruistocht tegen corruptie aankondigt twijfel ik sterk aan zijn intenties. En dat niet omdat ik niet weet waar hij toe in staat is, maar juist omdat ik dat weet. Ik ken namelijk ook zijn persoonlijkheid en die heeft hij niet mee. Hij is een man met twee gezichten. Aan de ene kant de vriendelijkheid zelve en charisma in overvloed. Vooral vrouwen vallen voor hem in katzwijm. Aan de andere kant gaat hij over lijken. Bovendien houdt hij niet van vergaderen of overleg. Hij is een militair die bevelen geeft. En wat heb je dan al gauw in een politieke arena die zich nog aan het ontwikkelen is? Juist. Een dictatuur!

Ik bid voor de bevrijding van de mensen die op de politieke partij van Bouterse hebben gestemd en achter hem aanlopen alsof hij de Messias is. Ik bid dat ze zijn hart gaan begrijpen. Want ik weet één ding: krab hem open en je hebt de perfecte heiden!