dinsdag 19 mei 2020

Tienduizend euro als je je mond houdt over racisme en discriminatie op de Haagse Hogeschool


Door Stuart Kensenhuis

Fatima Faïd – raadslid van de Haagse Stadspartij (HSP)  stelt deze week vragen aan het gemeentebestuur over racisme en discriminatie op de Haagse Hogeschool (HHS). “Het is een opleidingsinstituut in een super diverse stad maar het is er niet veilig.”




Den Haag – ‘Boerkahoer’, schrijft een anonieme student in november vorig jaar op het grote scherm van de klas, tijdens een interactief werkcollege van Wasima Khan, toen docent recht aan de opleiding Bestuurskunde / Overheidsmanagement van de HHS en trotse draagster van een hoofddoek. Haar studenten hebben online ingelogd op Kahoot – een webtool voor quizzen, discussies of peilingen – en sommigen kiezen een afschuwelijke schuilnaam, bedoeld om haar te beledigen is haar stellige indruk. Khan is geschokt. Volgens haar heeft ze ook pseudoniemen voorbij zien komen als Geert Wilders, Zwarte Piet, Nouri is dood, 34 zuurstof en docent is gay. Woedend vraagt ze aan haar studenten om de ongepaste inlognamen weg te halen. “Ik heb verder specifiek gevraagd wie dat eerste scheldwoord heeft opgeschreven maar niemand heeft gereageerd”, zegt Khan. 

Aangeslagen vervolgt ze de les. Tijdens een korte pauze komt een student [naam bij de redactie bekend (nbrb)] naar haar toe en hij stelt een vraag: “Daar stond toch boerkahoer?” Daarna loopt hij lachend weg. Khan is net zo verbijsterd als eerder in de les maar door haar hoofd gaat een belangrijke vraag. Hoe kan je spreken van een veilige leeromgeving voor iedereen op de HHS als dit soort uitlatingen zonder serieuze gevolgen kunnen worden gedaan? 

Na de les heeft ze telefonisch contact met de opleidingsmanager en er wordt een persoonlijk gesprek gepland. Hierbij is ook aanwezig de coördinator van het eerste jaar en de mentor van de student die in de pauze naar haar toekwam. Of dit ook dezelfde student is die aanvankelijk dat schandelijk woord op het scherm schreef is nog steeds niet duidelijk. Veel steun ervaart ze niet tijdens het gesprek en ook niet als er een bijeenkomst is met collega-docenten om het voorval te bespreken. “Ze waren stil of terughoudend”, zegt ze. Maar er blijft toch iets hangen; het verhullend bij haar zoeken naar zaken die duiden op een gebrek aan didactische vaardigheden. Dat doet bij haar extra pijn. 

Uiteindelijk heeft de opleidingsmanager later een gesprek met de student die zo ‘stoer’ deed in de pauze – waar Khan overigens niet bij mocht zijn – maar het wordt al gauw erop gegooid dat er bij hem sprake is van een gedragsstoornis en dat hij het gebruik van het woord boerkahoer niet beledigend bedoelde. Grapje zeker. Waar hebben we dit eerder gehoord? Begrijpelijkerwijs voelt Khan zich onveilig. Ze vertelt ook over een ander incident toen ze in februari vorig jaar een briefje op haar bureau vond met de term ‘nazi-slet’ en het zou zomaar kunnen dat ze opnieuw te maken krijgt met grensoverschrijdende uitlatingen. Kan ze dan wel op de steun rekenen van haar directe leidinggevenden en collega’s? 

Ten einde raad besluit ze het hogerop te zoeken bij de faculteitsdirecteur. Zij besluit dan om de zaak af te handelen en de ‘foute’ student een schriftelijke waarschuwing te geven. Is dan al bekend wie het scheldwoord op het scherm van de klas heeft geschreven? Nee want pas na zes weken besluit de opleidingsmanager om Kahoot een kort mailtje te sturen. Al gauw wordt duidelijk dat – wil hij eventueel iets gedaan krijgen – er een aangifte moet liggen van de HHS. Blijkbaar is dit obstakel hem teveel want hij laat de zaak verder rusten. “Ik vind dat er niet snel genoeg is gereageerd en dat er onvoldoende maatregelen zijn genomen”, zegt Khan verontwaardigd.

“Na mijn overwinning hebben ze geprobeerd om me kapot te maken"

Angstdromen duiken op van dertien jaar geleden toen twee docenten – Ram Ramsahai en Peter Ramlal - een klacht indienden bij de Commissie Gelijke Behandeling (CGB) over racisme en discriminatie op de HHS en volledig gelijk kregen. Wat opvalt in het schriftelijk oordeel van de CGB over Ramlal is dat zijn klachten bijna stelselmatig door leidinggevenden op de HHS werden weggezet als een gebrek aan professionaliteit of niet serieus werden genomen. Pijnlijk is om te lezen hoe hij drie jaar lang bijna dagelijks minachtende opmerkingen moest aanhoren over zwarte mannen – een groep waar hij gemakshalve ook onder werd gerangschikt  door een witte vrouwelijke collega, tevens zijn kamergenoot. Bovendien werd hij door haar, ten overstaan van studenten en een docent, voor aap uitgemaakt. Op basis van alle bewijzen kon de CGB dan ook niet anders dan tot het oordeel komen dat de HHS verboden onderscheid had gemaakt op grond van ras en dat de docenten onvoldoende waren beschermd. 

Na het oordeel van de CGB is Ramlal merkwaardig genoeg tot 2018 bij de HHS blijven werken terwijl Ramsahai al snel er voor koos om te vertrekken. Als Ramlal hoort over de zaak van Wasima Khan is hij meteen bloedlink en even later komt hij met een verrassende mededeling. “Na mijn overwinning hebben ze geprobeerd om me  kapot te maken – weer door verboden onderscheid te maken op grond van ras – en ben ik samen met een andere collega (nbrb) twee jaar geleden naar het College voor de Rechten van de Mens gestapt (CRM is de opvolger van de CGB). Eind mei van dit jaar komen ze met een oordeel”, vertelt hij. 

Ramlal laat een brief zien uit 2019 met een voorstel van de HHS om de zaak af te kopen voor tienduizend euro met als voorwaarde dat hij nooit meer erover mag praten. Verontwaardigd wijst hij het voorstel af en stuurt hij een verklaring aan het CRM: “Het voorstel deed onvoldoende recht aan mijn jarenlange ervaring met racisme en discriminatie op de HHS. Het komt op mij over als een doofpotactie en getuigt van onvoldoende besef van de ernst van de klacht en de traumatische gevolgen voor de slachtoffers”, schrijft hij. “Verder ontbreekt er een serieuze toezegging om er voldoende werk van te maken dat deze problemen niet meer op de HHS voorkomen.”

Raad van Europa

‘Iedereen heeft de verantwoordelijkheid om ‘racisme en discriminatie’ kritisch te volgen en aan te pakken’, staat op de website van De Raad van Europa. Dit invloedrijk Europees orgaan geeft ook enkele praktische aandachtspunten bij het ontwikkelen van beleid hierover en dit vormt een goede basis om de acties – of het gebrek hieraan – van de leidinggevenden van de HHS langs de meetlat te leggen.

      Er moet een duidelijke verklaring worden afgelegd – vooral bereikbaar voor iedereen binnen de schoolgemeenschap  waaruit blijkt dat racisme en  discriminatie niet wordt getolereerd. 
    In het beleid moet helder gemaakt worden welke procedures verplicht zijn als zich een incident voordoet met betrekking tot racisme of discriminatie. 
    Het beleid, inclusief de processen en overeengekomen acties voor het omgaan met incidenten, moet zich uitstrekken tot alle leden van de onderwijsgemeenschap; bestuurders, personeel (docenten en andere medewerkers), studenten en bezoekers.    
    Voor iedereen moet het helder zijn dat ze een eigen verantwoordelijkheid hebben – in elk geval binnen de schoolgemeenschap  om racisme en discriminatie aan te pakken. 
      De aanpak van een incident met betrekking tot racisme of discriminatie moet samenhangend en niet tegenstrijdig zijn. 
    De reactie op een incident met betrekking tot racisme of discriminatie moet worden gegeven vlak nadat het zich voordoet of wordt gemeld.
    Eventuele vervolgacties op een incident moeten plaatsvinden binnen een van tevoren overeengekomen tijdschema. 


Het is allemaal geen ‘rocket science’ als je alle betrokkenen bij de HHS wil beschermen tegen het kwaad dat inmiddels wijdvertakt is in de Nederlandse samenleving maar door velen simpelweg wordt ontkend. Voor wat het waard is; na de uitspraak in 2008 m.b.t. de zaak Ramlal/Ramsahai tegen de HHS heeft de CGB in 2009 een breed onderzoek laten doen naar racisme en discriminatie op de HHS. Kernvraag hierbij was: is er sprake van systeemdiscriminatie of stelselmatig onderscheid op grond van ras en wat zijn de mogelijke verklaringen. De adviezen in het rapport met de titel ‘Onderzoek naar discriminatie op de Haagse Hogeschool’ komen goed overeen met de aanbevelingen van de Raad van Europa. Zou je denken dat de HHS sinds die tijd wel racisme en discriminatie serieus neemt en adequaat handelt na een incident?

"Je bent hier te gast dus gedraag je naar je positie" 


Een student (nbrb) – die vanwege mogelijke represaillemaatregelen anoniem wil blijven - is daar in ieder geval niet van overtuigd. Hij vertelt over een klacht die hij had ingediend tegen een docent (nbrb), die volgens hem, stereotyperende en discriminerende uitlatingen had gedaan. “De eerstvolgende keer dat ik een werkstuk inleverde kreeg ik een onvoldoende. Ik vermoedde dat ik terug werd gepakt dus later heb ik hetzelfde werkstuk door een collega-student laten inleveren. Er waren alleen enkele kleine wijzigingen aangebracht, waaronder de titel, maar die student kreeg wel een voldoende”, vertelt hij. Ook vertelt de anonieme student over een voorval met een andere docent (nbrb) die het duidelijk niet kon hebben dat een Marokkaanse studente kritisch was tijdens een inhoudelijke discussie. “Hij viel naar haar uit en zei: ‘Je bent hier te gast dus gedraag je naar je positie’.” 

Pijnlijk om aan te horen – zeker in deze tijd met een dramatisch docententekort – is de opmerking van deze anonieme student dat hij minimaal zeven docenten (nbrb) kent uit de migrantengemeenschap die in de afgelopen jaren zijn gestopt met de uitoefening van ‘het vak’ en bij de HHS zijn vertrokken of op het punt staan dat te doen. “Ze hebben allemaal verteld waar ik bij was dat racisme en discriminatie hiervan de reden was”, zegt hij. Over de kwaliteit van de klachtenafhandeling is de anonieme student ook helemaal niet te spreken. Ondanks gesprekken met de belangrijkste aanspreekpunten van zijn opleiding is er verder niet zo veel gebeurd. Iedereen blijft in zijn positie, er volgt geen excuus en men gaat verder alsof er niets aan de hand is. “Ik vind dat de HHS niet goed met racisme en discriminatie omgaat. Ze schrijven zelf of werken mee aan 'mooie berichten' - zoals vorige maand in een AD-artikel over de discriminerende uitingen aan het adres van docent Wasima Khan (zie de link) - en daar blijft het bij. Vaak wordt er slecht gecommuniceerd en is er geen follow-up. Als ze met een reactie komen dan is het omdat ze niet anders kunnen”, zegt hij.

Typerend wellicht voor de manier waarop de HHS met dit vraagstuk omgaat is een gesprek tussen Leonard Geluk, op dat moment nog voorzitter van het college van bestuur(CvB) en Rudy van der Beek, student Public Management en Integrale Veiligheidskunde. Van der Beek voert het gesprek op persoonlijke titel en staat nadrukkelijk los van zijn vele nevenactiviteiten, onder meer als voortrekker en vertegenwoordiger van studentenbelangen. “Ik had aan Geluk een brief geschreven omdat ik signalen had ontvangen van docenten en studenten met een bi-culturele achtergrond dat zij zich buitengesloten voelden of te maken kregen met racisme of discriminatie. In het gesprek sprak ik mijn verontrusting erover uit en vroeg om maatregelen. Geluk had het over het instellen van een taskforce. Het probleem is dat ik hem op een maandag sprak en twee dagen later was zijn laatste dag op de HHS. Dus ik heb er verder niets over gehoord”, vertelt Van der Beek. Je zou denken dat zo’n brief wordt overgedragen en dat bijvoorbeeld een ‘tussenpaus’ met Van der Beek hierover communiceert. Helaas.


Fatima Faïd van de HSP
Volgens Fatima Faïd van de HSP is er reden genoeg om schriftelijke vragen te stellen aan het gemeentebestuur. “Dertien jaar geleden waren er heftige incidenten en de slachtoffers hebben gelijk gekregen. Als ik dan nu lees dat de HHS in die dertien jaar niet veel heeft gedaan dan ben ik geschokt. Het is een opleidingsinstituut in een super diverse stad en het is er niet veilig. Naar aanleiding van het artikel in AD (zie link) hebben we signalen ontvangen van studenten en docenten. Het kan niet zo zijn dat zij met racisme of discriminatie te maken krijgen en ziek thuis zitten en de HHS alleen maar roept dat ze een commissie in het leven gaan roepen”, geeft ze als toelichting.  

Tenslotte: los van de zeven docenten die volgens de anonieme student in de afgelopen jaren zijn vertrokken of op het punt staan dit te doen, is docent Wasima Khan per februari van dit jaar ook opgestapt bij de HHS. Onlangs heeft ze bovendien een klacht ingediend bij het CRM. Over de reden hoeft niemand naar te gissen. 


Artikel in AD/Haagsche Courant van 22 april 2020

vrijdag 4 oktober 2019

Als je recht wil praten wat krom is

Door Marjolein van Pagee (gastredacteur)


Twee dagen geleden was ik aanwezig bij de opening van de tentoonstelling ‘Dossier Indië’ in het Wereldmuseum in Rotterdam. Alle hotemetoten waren aanwezig, inclusief Ingrid van Engelshoven, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.



(Marjolein van Pagee, fotograaf, historicus en publicist)


Wat ik ervan vond? Het woord ‘ self-congratulation’ kwam bij mij naar boven. Iedereen die bij de organisatie betrokken was en aan het woord kwam feliciteerde zichzelf voor het benoemen van de zwarte bladzijden van onze koloniale geschiedenis. Ze vonden het bewonderenswaardig van zichzelf dat ze niet in de val zijn getrapt van ‘tempo doeloe’ (Door witte mensen beschreven geschiedenis van Indonesië in de negentiende –en twintigste eeuw, en spreekt vooral over een gelukkige tijd). Dat was toch wel een schouderklopje waard. Ondertussen gingen ze een nauwe samenwerking aan met het Indisch Herinneringscentrum in Den Haag. Onze Stichting Histori Bersama – notabene gevestigd in Rotterdam – is niet benaderd.

Ik was er samen met Jeffry Pondaag van Stichting Komitee Utang Kehormatan Belanda (K.U.K.B.), die net die dag te horen had gekregen dat zijn harde werk niet voor niets is geweest. De kinderen van de geëxecuteerde mannen uit Zuid-Sulawesi werden door de rechtbank in Den Haag in hun gelijk gesteld. De staat mag zich niet beroepen op verjaring van de misdaden. Ook werd het hoger beroep van de Staat afgewezen voor wat betreft de zaak Yaseman (Indonesiër die in juli 2017 aan Rechtbank Den Haag vertelde dat hij in 1947 in gevangenschap was gemarteld door Nederlandse militairen, door middel van elektrische schokken, volgieten met water en slaag met een stuk hout. Ze dachten dat hij vocht voor het Indonesische leger). Toch wel een doorbraak. Het werd zelfs even genoemd tijdens de opening.

Ook aanwezig was Francisca Pattipolohy (93 jaar), een vrouw die de koloniale realiteit (Lees: wreedheid) aan den lijve heeft ondervonden.

Maar al die confronterende foto’s ten spijt, het was voor mij een tentoonstelling die zich in de lijn stelt van het door de overheid gefinancierde onderzoek naar oorlogsmisdaden in 1945-1949, waar Pondaag en Pattipilohy zich al geruime tijd tegen uitspreken, zonder dat ze overigens een fatsoenlijk podium krijgen. 

Wat mij opvalt is dat het benoemen van de heftigheid van het kolonialisme tegenwoordig een acceptabele mening is. Het is alsof de Nederlanders zich voor het eerst realiseren dat het toch wel bruut was. De curatoren van deze tentoonstelling lijken te denken dat door het gebruik van confronterende beelden het dan niet koloniaal kan zijn. Terwijl ze ook zouden moeten invoelen dat al die heftige en vernederende foto’s heel confronterend zijn als je niet-wit bent. Zo banjeren ze ook over trauma’s heen. In een gesprek met de directeur probeerde Pondaag dit punt te maken, hij zag de slachtoffers waar zijn stichting voor opkomt niet respectvol vertegenwoordigd in deze tentoonstelling.

Toen ik de begeleidende tekst las over de Bersiap (Uiterst gewelddadige periode van 1945-1947 tussen Nederland en Indonesië), wist ik genoeg … ‘violence on both sides’… Met dat principe probeert Nederland al heel lang recht te praten wat krom is.

Over de tentoonstelling en de gastredacteur (Red.)
Met Dossier Indië toont het Wereldmuseum de geschiedenis van het gekoloniseerde Indonesië van de laatste 100 jaar. De vroegste foto’s schetsen een droombeeld van een prachtig Indie. De tentoonstelling laat zien hoe er door fotografen uit de negentiende eeuw bewust en onbewust een mythisch beeld van de kolonie werd gecreëerd. Aan het einde van de negentiende en in de twintigste eeuw veranderden de foto’s van karakter en ontstaat er een scherper beeld van de maatschappelijke verhoudingen. Het perspectief verschuift van de Nederlandse kolonialen naar de gekoloniseerde Indonesiërs. De tentoonstelling is te zien vanaf 2 oktober in het Wereldmuseum in Rotterdam.

Marjolein van Pagee is fotograaf, historicus en publicist. Ze volgde een master koloniale Wereldgeschiedenis aan de Universiteit van Leiden. 

zondag 8 september 2019

Zelfreflectie nodig in de Kunsten

Door Ernestine Comvalius (gastredacteur)

"Het diversiteitsbeleid in de cultuursector is faliekant mislukt.” Deze opvallende zin stond vorige maand in een artikel van NRC (Stop met opdringen witte cultuur) en is van Clayde Menso en Melle Daamen. Allebei hebben ze ruimschoots hun sporen in de culturele sector verdiend, onder meer als theaterdirecteur. Ze schrijven verder dat niet alleen qua publiek maar ook wat betreft organisatie gesubsidieerde theaters, concertzalen en musea, overwegend witte bolwerken blijven. Bovendien hekelen ze de argumenten die de gevestigde instellingen opvoeren om het diversiteitsbeleid echt vorm te geven. Zoals:  ‘Ze zijn er niet. Ze willen of kunnen niet. We hebben meer tijd, geld en best practices nodig.‘

Ernestine Comvalius



Als theaterdirecteur ben ik 20 jaar getuige van en deelnemer aan de discussie over de noodzaak van diversiteit en inclusie in de kunstensector. Het is verbluffend dat de excuses als een mantra worden herhaald. Terwijl ik dit schrijf hoor ik de echo van degenen die vinden dat er wel stappen zijn gemaakt. Er zijn nieuwe personen van kleur aangetreden als managers, de biastrainingen van bijvoorbeeld de Nederlandse Associatie voor Podiumkunsten worden goed afgenomen en er zijn legio voorbeelden van goede initiatieven.

De conclusie van Menso en Daamen dat het diversiteitsbeleid is mislukt, komt bij sommigen hard aan. De vraag is of er fundamenteel iets is veranderd in de afgelopen 20 jaar en of we blij moeten zijn met goede intenties, tijdelijke initiatieven en de trage stappen vooruit. Vele directeuren in de kunstwereld verkrampen bij de onvermijdelijke vernieuwing die nodig is om de organisatie en de programmering inclusief, representatief en relevant te maken dan wel te houden. Continu klaagt men over ‘een taak erbij’ of men noemt het ‘een verzwaring’ of dat het is ‘opgelegd door de gemeente’.

Ik neem deel aan verschillende directieoverleggen in Amsterdam en daarbuiten en hoor de weerstand en het gesteun aan. Ik denk niet dat men erbij stilstaat wat dit voor mij en andere personen van kleur in leidinggevende posities betekent. De gemeenschappen waar wij uit voortkomen worden enorm geproblematiseerd door personen die machtsposities bekleden. Meestal laten wij niet merken dat dit ons raakt. Beheerst gaan we het gesprek aan en geduldig verwoorden wij onze visie. Dat heb ik 20 jaar lang gedaan maar nu kies ik er voor om deze gesprekken niet meer lijdzaam te ondergaan. Ook al ben ik negen van de tien keer de enige zwarte vrouw in het gezelschap, dan nog zal ik de kritische vraag stellen: “Hoezo een taak erbij?” 

Niet zo lang geleden sprak een theaterdirecteur in een vergadering haar ongenoegen uit over jonge talenten van kleur omdat ze volgens haar altijd vinden dat ze gediscrimineerd worden en dat er altijd zo’n spanning ontstaat bij een grapje over ras of afkomst. Waarom kunnen ze niet alles van zich afzetten en gewoon doen, vroeg ze. Wat mij betreft laat ze hiermee zien dat ze een gebrek heeft aan historische kennis, geen inzicht heeft in bestaande machtsstructuren en iets tekort komt aan interculturele sensitiviteit.
  
Een ander voorval is de roep van een theaterdirecteur tijdens een conferentie. Volgens hem zou het fijn zijn als zwarte makers universele stukken produceerden die niet telkens het zwart-witprobleem adresseerden of hun positie in de samenleving. Ook deze spreker had geen besef van het dominante superieure perspectief van waaruit hij sprak. Universeel wordt gedefinieerd vanuit een westers perspectief. Het doet mij denken aan het interview met Toni Morrison waarin haar gevraagd wordt of zij ooit van plan is om witte personages centraal te stellen in haar boek. Haar antwoord is: begrijp je hoe racistisch deze vraag is. Zou je aan een witte schrijver ooit vragen wanneer hij van plan is om eindelijk eens over zwarte personages te schrijven? De vraag impliceert dat Morrison pas dan de status van een schrijver waard is. Menso en Daamen zijn voorstander van een ‘beleid dat gericht is op het bieden van ruimte aan verscheidenheid en (echte) diversiteit.’ Zij pleiten voor de bereidheid om macht en middelen te delen.

Met de voorbeelden die ik hierboven heb beschreven wil ik aantonen dat zolang er sprake is van superioriteitsdenken en een gebrek aan echte belangstelling voor andere kunstuitingen en perspectieven, de gewenste radicale verandering en de bereidheid om macht en middelen te delen zal uitblijven of in beperkte mate een kans zal krijgen. De vraag is in hoeverre de kunstwereld onderkent dat er sprake is van een dominant westers perspectief en in hoeverre men bereid is om daar kritisch op te reflecteren en op gelijkwaardige wijze met cultureel diverse makers in dialoog te gaan en andere perspectieven toe te laten. De instellingen binnen de kunstsector die niet sneller gaan meebewegen met de veranderende samenleving, kunnen op termijn hun relevantie voor grote delen van de samenleving verliezen en daarmee komt ook hun bestaansrecht in gevaar.

Touria Meliani, wethouder cultuur in Amsterdam, heeft in haar contourennota aangegeven dat representatie en inclusie leidend zijn in het Kunstenplan en dat zij voorstander is van een eerlijker verdeling van publieke middelen. De roep uit het kunstveld om meer geld als voorwaarde voor diversiteit en inclusie was teleurstellend, evenals de achterhaalde en uitgekauwde suggestie dat diversiteit en inclusie ten koste gaan van de kwaliteit in de kunsten. 

Vanuit het Cultuur Consortium Zuidoost, aangevoerd door CBK Zuidoost, Imagine IC en het Bijlmer Parktheater, hebben wij afstand genomen van dit geluid en een eigen reactie uitgesproken tijdens de vergadering van de Raadscommissie cultuur. Samen vertegenwoordigen wij 60 jaar ervaring op het gebied van programmering met én autonome kwaliteit én breed publieksbereik, betoogden wij. Voor ons zijn representatie en inclusie gedurende al die jaren de rode draad door ons werk. Onze expertise bouwden wij op in een tijd waarin de kunstensector neerkeek op ons werk in Amsterdam Zuidoost. Overigens hebben wij tijdens die raadsvergadering onze bereidheid uitgesproken om kennis te delen.  

Diversiteit en inclusie gaan over machtsdeling en representatie, maar vooral ook over de verrijking en vernieuwing van de kunsten in een onafwendbare ontwikkeling waarin de kansen voor het oprapen liggen. Daarvoor is zelfreflectie nodig, dat continue durven bevragen van gehanteerde referentiekaders. En niet te vergeten, de verbeelding. Is verbeeldingskracht niet een kernkwaliteit van de kunsten?






vrijdag 6 september 2013

Syrië: om de vrede te bewaren is geweld soms noodzakelijk

Door Stuart Kensenhuis

Bij een aanval met gifgas in een voorstad van Damascus Syrië zijn twee weken geleden op één dag meer dan 1400 mensen gedood. President Obama van de Verenigde Staten (VS) vindt dat een ‘rode lijn’ is overschreden door het Syrische regime van dictator Assad en wil toestemming van het Amerikaanse Congres om in te grijpen. De Britten doen niet mee tenzij er overduidelijk bewijs komt. Frankrijk wacht op de VS om samen op te trekken. “Deze aanval met massavernietingswapens is een ernstig gevaar voor onze nationale veiligheid en dat van onze vrienden aan de Syrische grens, zoals Israël, Jordanië, Turkije en Irak”, zegt president Obama. “Welke boodschap sturen wij aan de wereld als een dictator honderden kinderen kan vergassen en hiervoor geen enkele prijs betaalt?” 


De discussie over ingrijpen in Syrië wordt overheerst door één vraag: wat is het onweerlegbare bewijs? Eerlijk gezegd vind ik dat een beetje merkwaardig want algemeen bekend is dat Assad over chemische wapens beschikt en over de raketten om ze af te schieten. Over de rebellen is hierover nog nooit een rapport verschenen. Niet van de westerse landen, noch van de inlichtingendiensten van Assad of van zijn bondgenoten Rusland, China en Iran. En dat er chemische wapens zijn ingezet is net zo zeker als het bestaan van u en ik. Op de televisiebeelden zien we mensen met stuiptrekkingen, losse lappen huid, schuim op de mond, opengesperde pupillen en waarschijnlijk ademnood en een vertroebeld gezichtsvermogen. “Binnen 3 uur na de aanval kwamen honderden mensen naar het ziekenhuis met sterke aanwijzingen voor blootstelling aan een neurotoxisch gas”, zegt een woordvoerder van Artsen zonder Grenzen. Is dat niet voldoende? Ja, maar we willen de zekerheid dat Assad verantwoordelijk is voor die aanval, zeggen o.a. politici uit het Britse Lagerhuis.  Bizar vind ik dat want stel dat niet hij verantwoordelijk is maar de rebellen met onder meer groepen die aan Al Qaida zijn verbonden, hebben we dan niet een grotere verantwoordelijkheid om die chemische wapens uit de handen te schieten van dat zooitje ongeregeld? Of wilt u wachten totdat die rode lijn donkerrood is geworden met het bloed van nog meer kinderen, niet alleen uit Syrië maar ook uit Israël en Europa?

Terwijl Obama de democratie een dienst bewijst door zijn plan om in te grijpen voor te leggen aan het Congres, iets wat hij formeel niet hoeft te doen, zucht de Syrische bevolking onder de terreur van Assad, die niet schroomt om hele dorpen en voorsteden aan te vallen met o.a clusterbommen en chemische wapens. Onschuldige  mensen worden hierbij blind gemaakt, misvormd en gedood. Als dit geen kwaad is, rechtstreeks van de duivel, dan heeft het woord kwaad aan betekenis verloren. Zou u erop vertrouwen dat een man met zulke kleine geestelijke vermogens terughoudend zal zijn als hij de kans krijgt om opnieuw chemische wapens in te zetten? En dat hij niet van plan is om in te binden bewijst zijn onverholen bedreiging in de Franse krant Le Figaro: “Als het beleid van Frankrijk het Syrische volk geweld aandoet, dan is het onze vijand. Er zullen repercussies zijn, negatieve uiteraard, voor de Franse belangen.”

In resolutie 1674 van de Verenigde Naties (VN) staat dat landen mogen optreden om burgers tegen misdadige overheden te beschermen, maar dan alleen met toestemming van de Veiligheidsraad. En laat dit nu juist het orgaan zijn binnen de VN waarin Rusland en China, bondgenoten van Assad, een vetorecht hebben en elk voorstel blokkeren die aanzet tot ingrijpen in Syrië. Dit is dus geen optie. Als we hierop moeten wachten dan is heel de Syrische bevolking door Assad dood gebombardeerd of vergast. Machteloosheid en besluiteloosheid in optimale conditie. Had u iets anders verwacht van de VN? Moet ik u eraan helpen herinneren dat dezelfde organisatie in 1994 ook lijdzaam toekeek hoe 800.000 zwarten in Rwanda werden afgeslacht? Omwille van zijn macht en reputatie van keiharde Arabische leider zal Assad doorgaan met het schenden van de mensenrechten, iets waar zijn vader en vroegere president van Syrië, Hafiz Al Assad, ook goed in was. Los van de VN kan alleen Obama hem een krachtig antwoord geven die niet voor tweeërlei uitleg vatbaar is.

Wat zou u doen als iemand u mishandelt, vernedert, en berooft van uw geld, goud, zilver en kinderen? Blijft u passief, iets dat geen oplossing biedt en een verkeerd voorbeeld geeft aan anderen? Of wordt u actief en gaat u de strijd aan? Ik hoop voor u op het laatste want dat is Gods wil zoals verwoord in 1 Koningen 20: 1-43 van de Bijbel. In deze tekst eist Benhadad, de koning van Syrië, veel bezittingen op van Achab, de koning van Israël. Dit gebeurt met intimidatie en machtsvertoon. Eerst geeft Achab toe omdat hij denkt daarmee de vrede te bewaren, maar als Benhadad steeds meer eist gaat hij de strijd aan en verslaat hem. Is dit een waarschuwing over hoe de komende oorlog in onze moderne tijd in dat  gebied zal verlopen?  Wat ik wel weet is dat er geen weg terug is. We mogen niet verzaken als het gaat om het aanspreken van dictators en ander gespuis op hun criminele daden tegen hun eigen bevolking. En Assad terug bombarderen naar de eeuwige  jachtvelden van zijn voorvaderen lijkt me niet alleen in lijn met onze tekst uit de Bijbel maar is ook de enige optie. 

zondag 3 maart 2013

Ik was verliefd op Angela Davis

Door Stuart Kensenhuis

Angela Davis zit vast aan de herinneringen van mijn kinderjaren in Paramaribo Suriname. In 1970 was ik zes jaar oud toen ik haar voor het eerst op de televisie zag. Ik wist niet wat ze deed of waar ze voor stond. Vanwege haar Engelse taal wist ik wel dat ze uit Amerika kwam. Verder was ik te jong om haar te begrijpen. Maar haar torenhoge Afro-kapsel, die in mijn verbeelding reikte tot aan de hemel, vond ik geweldig. Als ik naar het televisiescherm kroop om haar te kussen werd ik teruggeroepen door mijn oma of tante. En verwonderd waren ze dat ik zo jong al onder de indruk kon raken van de schoonheid van een zwarte vrouw. Ik was verliefd en ik wilde van haar proeven, zoveel is duidelijk. Maar hoeveel waarde kan je hechten aan de gevoelens van een snotneus?

Angela Davis in 1970

Vele jaren later, ik studeerde toen aan de universiteit in Nederland, begreep ik pas dat Davis in 1970 vooral bekend was omdat ze als derde vrouw in de Amerikaanse historie op de lijst stond van meest gezochte personen door het Federal Bureau of Investigation (FBI). Vijf op haar naam geregistreerde wapens, waaronder een jachtgeweer met afgezaagde loop, waren gebruikt bij de gijzeling in een rechtszaal in Marin County California en daaropvolgend de ontvoering en moord op rechter Harold Haley. De actie was vermoedelijk bedoeld om enkele strijders van de radicale ‘Black Panther’ organisatie vrij te krijgen uit de Soledad gevangenis in California. Assistent officier van justitie Gary Thomas kreeg bij deze actie een kogel in zijn wervelkolom en raakte verlamd vanaf zijn heup naar beneden. De vier mannen die de actie uitvoerden werden doodgeschoten door de politie en door Thomas die een wapen wist af te pakken.

Uitgeholde boeken, vermoedelijk om kleine vuurwapens te verbergen, werden bij de mannen gevonden. Aan de binnenzijde van de omslag van twee boeken stond de naam ‘Angela Y. Davis’ en een markeringsdatum. Titels? ‘The politics of violence; revolution in the modern world’ en ‘Violence and Social change’. Na het mislukken van de actie dook Davis onder en maanden lang werd er op haar gejaagd, iets dat doorging voor de meest beruchte zoektocht in de recente Amerikaanse geschiedenis. Na haar arrestatie volgde een rechtszaak en in 1972 werd ze vrijgesproken. Davis heeft altijd ontkend erbij betrokken te zijn en zei dat de wapens en boeken van haar gestolen waren door de zeventienjarige Jonathan Jackson, een goede vriend van haar en één van de mannen die de gewelddadige actie in de rechtszaal uitvoerden.

Maar Davis streed toch voor vrouwenrechten en de zwarte burgerrechtenbeweging? Dat is een geromantiseerd beeld van iets waarbij ze in de jaren zeventig slechts zijdelings betrokken was. Wellicht zette haar schoonheid en welbespraaktheid mensen op het verkeerde been, want in werkelijkheid was bij haar al vroeg de doctrine van revolutionair geweld ingeprent en ze was een krachtige supporter van de ‘Black Panther’ organisatie. Verder was ze een beruchte communist die vanaf haar pubertijd werd geïnfecteerd met een dagelijkse dosis Marxistische en Leninistische propaganda. Eigenlijk haatte ze hartstochtelijk de Verenigde Staten van Amerika en riep ze op voor de bevrijding van haar land “by any means necessary”. Klinkt dit als iemand die de lijnen van de zwarte protestbeweging van toen kon volgen? Die waren toch vooral van het vreedzame protest?

Ik ben ondersteboven van de overgave van Davis aan het communisme. Toen al had deze ideologie als hoogste doel het kapot maken van iets wat ons het meest dierbaar is: onze vrijheid. Als het ergens werd geïntroduceerd ontstond er meer repressie dan het systeem dat was vervangen. Was dit voor haar een redding? Het was een schild tegen het geweld en de rassenhaat in haar land. Althans, zo dacht Davis over het communisme. Ik denk dat dit is ingegeven door haar jeugd op ‘Dynamite Hill’, een wijk in Birmingham Alabama waar ze opgroeide, vol met agressie en aanvallen van o.a. de Klu Klux Klan (KKK). De enigen die toen juridische steun en vriendschap aan haar familie en anderen aanboden waren de advocaten van de Communistische Partij.

En mijn verliefdheid? Ook al was ik in 1970 net zo oud geweest als Davis (26), ik had geen schijn van kans gemaakt. Haar intellect was superieur en van haar schoonheid kon niets afgehaald of toegevoegd worden zonder dat het slechter werd. Bovendien was ze hevig verliefd op een man aan wie ze de volgende woorden schreef: “Ik hou van je met nog meer onbegrensde en onoverwinnelijke liefde. Ik ben je vrouw voor de rest van je leven.” Dat deze man George Jackson was, ‘Black Panther’, gevangene in de Soledad gevangenis en de oudere broer van Jonathan Jackson, één van de mannen die de gewelddadige actie in de rechtszaal van Marin County uitvoerden, doet dan niet eens meer ter zake. Als Davis zou hebben meegewerkt aan een actie om hem te bevrijden, dan zou dit nooit gebeurd kunnen zijn vanwege zoiets persoonlijks als de liefde. In haar visie was er een hoger doel om voor te strijden: de bevrijding van Amerika.

Wat over blijft is respect voor haar kritische geest. Het is onduidelijk of Davis in staat was om eeuwige waarheden over kennis, politiek en ideologie te vinden. Daarvoor was ze in 1970 wellicht nog te jong en afwachten vond ze maar niets. Vrijheid en autonomie zijn wat mij betreft eigenschappen waarbij altijd God betrokken moet worden. En wie de Bijbel leest komt wellicht uit op Johannes 14:6, een tekst waarin Jezus zegt dat Hij zelf de weg, de waarheid en het leven is. Ons wereldbeeld wordt dus door Hem bepaald en niet door het communisme of een andere politieke ideologie. Kom met dit bij Davis niet aan: “Mijn ouders leerden ons dat we kritisch moesten zijn op de manier waarop alles ging”, zei ze, “anders konden we ons eigen bestaan niet rechtvaardigen. We moesten ons leven toewijden aan een beter leven voor ons allemaal. Wie je ook bent, waar je ook bent, maakt niet uit of je student, wetenschapper, arbeider of artiest bent, er zijn altijd manieren om je werk te transformeren en van betekenis te zijn.”

donderdag 6 december 2012

Weg met zwarte Piet

Door Stuart Kensenhuis


Andrée Van Es, wethouder en locoburgemeester in Amsterdam, vindt dat zwarte Piet moet worden afgeschaft. Daarmee is zij de eerste bestuurder in Nederland die openlijk afstand neemt van het hulpje van Sinterklaas. “Het Sinterklaasfeest is ooit begonnen zonder zwarte Piet en het is tijd om afscheid van hem te nemen,” zegt ze. Haar uitspraken haalden de buitenlandse pers. Van Fox News tot ABC News bespreken ze Nederland en de groeiende anti-zwarte Piet beweging. Buitenlandse toeristen zijn vaak verbaasd als ze in de winter de helpers van Sint Nicolaas zien: ‘… in short, a racist caricature of a black person’, schrijft persbureau Asociated Press (AP).  Vindt u ook dat zwarte Piet zijn langste tijd heeft gehad?

Gisteren was het weer Sinterklaas en ik heb opnieuw geprobeerd om me te verstoppen. Sinds mijn jongste jeugd in Nederland word ik rond 5 december soms nageroepen door kinderen en volwassenen. “Daar heb je zwarte Piet,” riep een lelieblank jongetje vorige week nog, terwijl hij naar me wees vanuit het kinderzitje van een winkelwagen, in de supermarkt die zogenaamd op de kleintjes let. Verwachte hij marsepein of pepernoten? Echt niet. Hij was gewoon een pestkop die wist of behoorde te weten dat zwarte Piet en ik niet dezelfde zijn, al was het maar omdat ik geen felrode dikke lippen heb en geen pruik draag met wollig kroeshaar. Bij volwassenen zit in het naroepen soms zoveel venijn dat ik me afvraag wat ik heb misdaan waardoor ik bij hen haatgevoelens oproep, in plaats van de vreugde die gepaard gaat bij wat men een ‘onschuldig kinderfeest’ noemt. Zou het kunnen dat zwarten in Nederland onbewust en bewust geassocieerd worden met zwarte Piet van het Sinterklaasfeest en kunt u zich er iets bij voorstellen dat ik me dan ongemakkelijk voel? Ongeveer dezelfde negatieve ervaringen hoor ik van familie, vrienden en kennissen. Onlangs vertelde mijn tante aan mij hoe ze vroeger als leerkracht op een Scheveningse basisschool, door sommige leerlingen en hun ouders werd uitgescholden voor zwarte Piet. Wat mij betreft is het tijd om het Sinterklaasfeest aan te passen aan de veranderde samenstelling van de Nederlandse bevolking,  zodat dit een feest wordt voor alle Nederlanders. Nu is het vooral een feest voor de lelieblanke meerderheid. Of vindt u me nu een zeurpiet?
  
Na de elfstedentocht is er maar één onderwerp waarvan de mensen in dit land helemaal van in de ban kunnen raken: het Sinterklaasfeest. In de tijd waarin we leven met allerlei economische en maatschappelijke vraagstukken en waar leugenachtige pro-Europese politici smijten met uw geld en u achterlaten in onzekerheden over o.a. uw baan, immigratiestroom, belastingen, pensioen, hypotheek, ziektekosten, etc., is het Sinterklaasfeest een strohalm waar u zich mee kan identificeren en het geloof in Nederland nog enigszins levend kan houden. En dan zit u niet te wachten op nog een zwarte die lawaai maakt over iets wat u ziet als een onschuldig kinderfeest. Daar wordt u vermoedelijk knap chagrijnig van. U wenst nog net niet dat ik vertrek, bijvoorbeeld terug naar mijn geboorteland, maar ik moet ophouden. Toch?

Ik begrijp u, maar vertrekken zit er niet in want de strijd is nog maar net begonnen en dit waardevolle land is ook mijn thuis. Ik vraag niet dat het Sinterklaasfeest wordt afgeschaft. Dat nooit. Want Sinterklaas hoort bij de Nederlandse cultuur, net als geitenwollen sokken, de kaasschaaf, koek-en-zopie en de koningin. Die traditie van familie, gezin, geborgenheid, cadeautjes, gedichten en liedjes, is geweldig. Hier heb ik respect voor en mensen die dit feest vieren vind je ook terug in mijn vriendenkring. Het enige dat ik vraag is dat die ‘achterlijke’ zwarte Piet wordt aangepast. Dat hij meegaat met de veranderende tijd in Nederland, een land waar meerdere volken vredig bij elkaar wonen. En ook dat ik die domme smoes niet meer hoef aan te horen: hij is zo zwart als roet omdat hij door de schoorsteen moest. Dat ik me niet meer hoef te verbazen over die rare tekst van een sinterklaasliedje: ‘Want al ben ik zo zwart als roet, ik bedoel het toch goed.’ En dat zwarte Piet niet meer wordt gebruikt om me te kwetsen met mijn huidskleur.

Kleuren Piet is het beste alternatief, denk ik. Piet is dan geschminkt in alle kleuren van de regenboog en hij mag best het hulpje van de Sint zijn. Hij is in ieder geval niet uitsluitend een Piet die dom vrolijk rondhuppelt, eigenlijk te stompzinnig voor woorden is, felrode dikke lippen, wollig kroeshaar en… blauwe ogen heeft. Dat is niet meer van deze tijd. Bovendien roept hij teveel negatieve associaties op zowel voor blanken als zwarten. Dat veranderen echt mogelijk is bewijst de Hollandse gemeenschap in Amerika en Vancouver Canada die het Sinterklaasfeest soms met en soms zonder Piet viert, maar nooit met zwart geschminkte gezichten, felrode dikke lippen en wollig kroeshaar.  Zo probeert men de Afrikaans-Amerikaanse en Afrikaans-Canadese gemeenschap niet te kwetsen. Dat is al veel meer inlevenheid voor zwarte mensen dan de schoolmeester Jan Schenkman liet zien toen hij in 1845 zijn boek ‘Sint Nicolaas en zijn helper’ schreef en voor het eerst een zwarte Afrikaan introduceerde, iets waaruit onomstotelijk blijkt dat zwarte Piet oorspronkelijk niet bij het Sinterklaas feest hoort.  

Nee, ik ben niet bang voor de donkere bunker waarin ik verbale agressie, cynisme, gebrek aan historisch besef en ronduit discriminatie vind als ik over dit onderwerp schrijf, want de mensen die zich hieraan overgeven hebben sowieso geen interesse in welk ongemak dan ook van zwarten en andere allochtonen in Nederland. Net als wethouder Van Es wil ik werken aan een beter Nederland zonder zwarte Piet.  Ik voel me hierin ook gesteund door de zangeres Anouk, het model Doutzen Kroes, de emeritus hoogleraar historische Nederlandse letterkunde Herman Pleij, de rapper Kleine Viezerik en onderzoeker van het Meertens instituut, John Helsloot. Zij willen ook een aanpassing van het Sinterklaasfeest en ze laten de lange trein van de verandering voortdenderen, ondanks  bizarre verbale aanvallen waarin ze worden weggezet als links, emotioneel, politiek correct, zeurpiet, niet relevant of nutteloos. Ik ben er van overtuigd dat de verandering komt en ik bid voor een doorbraak.  

dinsdag 4 september 2012

Politiegeweld in Suriname

Door Stuart Kensenhuis

Gerrit Gravenberch is 12 dagen geleden van achteren neergeschoten door een politieagent in Rijsdijk (district Para in Suriname), omdat hij zonder licht op een fiets reed.  Even daarvoor  had de agent  hem een klap gegeven en hij eiste de fiets op. “U hoeft mijn fiets toch niet af te pakken agent”, probeerde Gravenberch, “ik heb een zaklamp bij me. Niet lang geleden is mijn bromfiets gestolen en ik heb aangifte gedaan op het bureau. De vermoedelijke dader heb ik aangewezen, maar tot nu toe is er niets gebeurd. Pak mijn fiets niet af alsjeblieft? Dit is het enige wat ik nog heb.” De agent was echter niet te vermurwen. Zoveel onredelijkheid was voor Gravenberch onbegrijpelijk. Hij liet de fiets voor wat hij was en liep rustig weg, het erf van een vriend op. De agent beval hem om te stoppen. Gravenberch luisterde niet. Toen viel het schot.

Gelukkig dat Gravenberch het kan navertellen, maar het is te triest voor woorden dat in Suriname nog politieagenten rondlopen die schieten als er geen enkele reële dreiging van een burger uitgaat. Sterker nog: vaak zijn de burgers, net als Gravenberch, volledig onschuldig. Ze zijn niet betrokken bij criminele activiteiten en wapens dragen ze niet. “Merkwaardig”, zegt mijn contactpersoon bij de Nederlandse politie, een man met meer dan 30 jaar ervaring als motoragent, “in heel mijn carrière heb ik slechts één keer mijn wapen hoeven te trekken en dan alleen om een waarschuwingsschot af te vuren. Daarna was de dreiging meteen over. In Suriname lijkt men sneller gericht te schieten, terwijl het een land is met relatief minder criminaliteit. Waarom schiet je? Als iemand wegloopt is er toch geen dreiging meer?” 
  
Wellicht kent u het verhaal van mijn neef. In 1992 is hij aan de Meursweg, ook in het district Para, door een politieagent doodgeschoten. De aanleiding was eveneens een eenvoudige verkeersovertreding. En ook hij liep rustig weg van de plek waar hij staande werd gehouden. Theo Djoe uit Moengo (oost Suriname) had in 2005 een ‘vriendschappelijke’ vechtpartij met zijn beste vriend. Een politieagent dacht er het zijne van, trok de ‘kemphanen’ uit elkaar en schoot Djoe in beide benen. Resultaat: zijn linkerbeen is  geamputeerd. Ook in 2005 ging een agent naar de wijk Kwatta in Paramaribo om 2 ruziënde dronken broers uit elkaar te halen. Hij schoot. Waarom weet niemand. Een vijfjarig meisje werd geraakt en ze was morsdood. In 2006 werd kapper Witesh Dewnarain in de zaak van zijn baas gedood door een politieagent. Reden: Dewnarain speelde met een vlindermes en de agent wilde laten zien dat hij het kon afpakken. Arno Pinas hing  in 2008 in een mangoboom aan de Limesgracht in Paramaribo om vruchten te plukken. Zonder aanmaning of waarschuwing vooraf werd hij door 3  politieagenten doodgeschoten. Hoezo? Waar zou hij in hemelsnaam naar toe hebben kunnen vluchten? Zo zijn er tientallen voorbeelden, de één nog erger dan de ander en elke keer frons ik mijn wenkbrauwen als ik erover lees. Daarom mijn vraag: hoe komt een getrainde Surinaamse agent tot de beoordeling om te schieten?
   
In het Surinaamse politiehandvest staat nergens letterlijk dat een politieagent mag schieten als een verdachte wegloopt. Wel dat hij geweld mag gebruiken om zichzelf en anderen te verdedigen tegen een gewelddadige lichamelijke aanval. Tevens om groepen uiteen te drijven of verzet te breken. En verder om ontvluchte veroordeelden aan te houden of personen die van een ernstig misdrijf worden verdacht. Leest u iets dat het geweld tegen iemand die een eenvoudige overtreding heeft begaan rechtvaardigt? Nee? Hoe is het dan mogelijk dat in een land met zoveel goede mensen zoveel onschuldigen gewond raken of gedood worden door politiegeweld? “Ik wil geen Gestapo-gedrag van de politie”, zei president Bouterse in 2011 nadat een arrestatieteam bruut was opgetreden tegen een onschuldige man, “agenten die mishandelen en buitensporig geweld gebruiken kunnen zware sancties verwachten.” Maar hoeveel  waarde kunnen we aan zijn woorden hechten, als het buitensporig politiegeweld ook onder zijn bewind gewoon doorgaat? Of is de bescherming van burgers tegen deze agressie vooral iets dat met de mond wordt beleden?

Ik denk dat de Surinaamse burgers hun irritatie over het politiegeweld om moeten zetten in iets tastbaars, min of meer wat Paulien, de zus van Gravenberch, zo goed heeft gedaan. Ondanks dreigementen en minachtende opmerkingen van de politie maakte ze stampij en eiste ze dat Gravenberch snel naar het ziekenhuis werd gebracht. Daarna schakelde ze een advocaat in. Vasthoudend als een pitbull-terriër ging ze bovendien op onderzoek uit en sprak ze met ooggetuigen. De volgende dag hoorde ze dat minister Belfor van Justitie en Politie, een bezoek zou brengen aan politiepost Rijsdijk. Op de stoep bleef ze rustig wachten totdat hij naar buiten kwam en ze dwong een gesprek af. “Ik wil beslist geen hetze tegen de politie beginnen”, zegt ze, “want er zijn genoeg agenten die het hart op de juiste plaats hebben. Maar de rotte appels moeten eruit.” Ze pleit voor een jaarlijks psychologisch onderzoek voor alle dienders en ze is vast van plan om de minister hierover een brief te schrijven. Wellicht kan ze een kopietje sturen aan de politieke partijen in de Nationale Assemblee. Carl Breeveld, fractieleider van DOE, lijkt me wel een type die in staat is om binnen korte tijd duizenden handtekeningen te verzamelen, en die tezamen met de brief aan de president aan te bieden. Want het roer moet om, zoveel is duidelijk.

“Om versterking vragen? Dan kan ik beter mijn uniform uit doen en stoppen met werken”,  zei de politieagent op de vraag van een omstander, vlak nadat hij Gravenberch had neergeschoten. Is hiermee niet de kern van zijn ziel blootgelegd? Arrogantie? Uit de laatste informatie blijkt verder dat hij ooit tijdens zijn dienst een burger heeft doodgeschoten. Toen en nu is hij niet ontwapend door zijn meerderen. Opmerkelijk! Wellicht is hij geïnteresseerd in een bijrol als schietgrage cowboy in een Bollywood film, want als serieuze politieagent heeft hij, wat mij betreft, helemaal afgedaan.  

Gravenberch ligt ondertussen in het ziekenhuis om te herstellen en om bij te komen van de schrik. De kogel is door zijn been gegaan en heeft zijn bot geraakt. Alleen door Gods ingrijpen heeft hij deze aanval op zijn leven overleefd. We danken, loven en prijzen Hem. Maar de strijd is niet gestreden. Niet voor Gravenberch, die zoekt naar genoegdoening en lang moet revalideren. En niet voor Suriname, waar opnieuw gemetseld moet worden aan de kaders van de rechtstaat: rechtszekerheid en rechtsbescherming voor alle burgers, en een overheid die zich aan haar eigen regels houdt, zonder willekeur. Ik bid voor een doorbraak.



vrijdag 20 april 2012

Valse amnestie voor Bouterse

Door Stuart Kensenhuis

Het Surinaamse parlement heeft president Desi Bouterse en de andere verdachten in het 8 december strafproces, amnestie gegeven voor marteling en moord op 15 mannen tijdens het militaire bewind in 1982. De oppositie is ‘not amused’ en heeft tegen gestemd. Ruth Wijdenbosch van de Nationale Partij Suriname (NPS) noemt het een zwarte bladzijde in de geschiedenis van het parlement. Chandrikapersad Santokhi van de Vooruitstrevende Hervormingspartij (VHP), vindt dat de volksvertegenwoordiging wordt misbruikt om de rechterlijke macht te ondermijnen. Bouterse wijst alle kritiek van de hand. “Ik ben een kind van God”, zegt hij. “Niets kan me breken.”

In februari 1983 was ik 18 jaar en ik zat op het Thorbecke Lyceum in Den Haag. Voor het vak geschiedenis had ik een werkstuk gemaakt over Suriname, het land dat ik bijna 9 jaren daarvoor had verlaten. Over de decembermoorden schreef ik o.a.: 

‘De bezittende, kapitalistische en uitbuitende klasse is misschien grotendeels uitgeschakeld, maar het gewone volk heeft niet geleden.’

‘Sic,’ schreef mevrouw Coutinho, mijn docente geschiedenis, in de kantlijn. Hiermee gaf ze aan dat ik een foute denkwijze volgde. Verderop schreef ze: ‘Stuart, elk mensenleven is toch evenveel waard?’ Dat is zo, maar toen was ik ontvankelijk voor de ideologisch duistere kamer van Bouterse en zijn kornuiten, waar het zicht op eenvoudige verbanden tussen goed en kwaad was verdwenen. Het was alsof ik vergoelijkte dat die 15 mannen verdienden om te sterven. “Ze zijn tijdens een vluchtpoging doodgeschoten’, zei Bouterse op de televisie en ik geloofde hem. Jong en naïef was ik, net als de meeste stemmers van vandaag op zijn Nationaal Democratische Partij (NDP). Marteling en moord is nooit goed te praten en de rechtvaardigheid gebiedt dat de rechter hierover een oordeel moet vellen. Geen amnestiewet die mij van dat inzicht afbrengt. 

De 15 vermoorde mannen. Vanaf boven v.l.n.r.: Eddy Hoost,
Kenneth Concalves, Harold Riedewald, John Baboeram,
Robby Sohansing, Sugrim Oemrawsing, Gerard Leckie, 
Cyril Daal, Soerindre Rambocus, Jiwansingh Sheombar, 
Rudi Kampervceen, Lesley Rahman, Frank Wijngaarde
Bram Behr en Jozef Slagveer. 

Bij de totstandkoming van die amnestiewet is niet met de nabestaanden van de 15 gemartelde en vermoorde mannen gesproken. Geen woord van verontschuldiging, verzoening of een teken van begrip. Dat zou je verwachten als je zorgvuldig te werk gaat. Wel is achteraf en in een razend tempo met allerlei maatschappelijke en politieke groeperingen gesproken. “Het zou billijk zijn geweest als de indieners aan ons hadden gevraagd hoe wij over de amnestiewet denken”, zei Sunil Oemrawsingh, die in december 1982 zijn broer verloor. Hij vindt dat de amnestiewet als enige doel heeft dat er geen vonnis wordt uitgesproken in het strafproces. Dat ben ik met hem eens. Sterker nog, het lijkt er meer op dat de indieners willen zeggen: we hebben niets met de nabestaanden te maken. En ook dat Suriname een land is waar je weg kunt komen met marteling en moord, als je maar de juiste politieke kleur hebt. 

"De trein blijft rustig voortdenderen", schreef een Bouterse-aanhanger op een Surinaams forum op internet. Dat klopt, ... richting de afgrond!!! 

En dan de doelstelling van de indieners van de amnestiewet: rust in de samenleving, zoals ze zelf zeggen. Het is alsof je een voetbalwedstrijd speelt tegen team Bouterse en hij bepaalt samen met zijn elftalvriendjes wanneer het rust is. Ze negeren de scheidsrechter en gebruiken zijn fluit om marsmuziek te spelen, iets waarmee vooral een dictatuur wordt geassocieerd. Met de grensrechtervlag vegen ze verder hun kont af, want doellijn of strafschopgebied bestaat niet in hun jargon. Grappig, dat zeker, maar denkt u dat u met team Bouterse een rustige wedstrijd speelt? Ik denk van niet. In de samenleving die hij voorstaat zal geen rust zijn, want de vloek is nog steeds aanwezig. En een vloek kan je niet verwijderen met een parlementaire pennenstreek. Er zit namelijk een geestelijke dimensie aan, iets waarmee je de weg vrijmaakt of nieuwe blokkades opwerpt. Met de amnestiewet in zijn huidige vorm gebeurt vooral het laatste en is er geen bevrijding of rust, niet voor de nabestaanden van de 15 gemartelde en vermoorde mannen, noch voor de verdachten en hun familie. ‘De trein blijft rustig voortdenderen’, schreef een Bouterse aanhanger op een Surinaams forum op internet. Dat klopt, ... richting de afgrond!!! 

“Het is te lang geleden”, zegt Andre Misiekaba, parlementslid voor de partij van Bouterse. “In 1982 was ik 6 jaar oud. Die problemen van toen heb ik niet gecreëerd.” Tijd is geen argument bij misdaden tegen de menselijkheid, maar het is opvallend hoe gemakkelijk aanhangers van Bouterse willen vergeten wat er 30 jaar geleden is gebeurd, en met hetzelfde gemak het Nederlandse koloniale verleden oprakelen, iets dat soms meer dan 300 jaar geleden is gebeurd. In een demonstratie van gebrek aan respect voor de rechtstaat en de nabestaanden  spreken ze bovendien over dat ‘8 december ding’ of een ‘wissewasje’. Vaststaat dat de 15 mannen niet zichzelf van huis hebben opgehaald, naar kazerne Fort Zeelandia zijn gereden, zichzelf daar hebben beschimpt, toegetakeld, gemarteld en doodgeschoten. Een gerechtelijk proces hebben ze ook niet gehad. Hiervoor draagt Bouterse de politieke verantwoordelijkheid. Niet omdat ik het zeg, maar omdat hij dat zelf meermaals heeft toegegeven. Dat alleen is al voldoende voor een veroordeling. En dan maakt het niet zoveel meer uit of hij zelf mannen heeft gedood of niet. Deze misdaad tegen de menselijkheid heeft geen verjaringstermijn, iets dat zelfs een eerstejaars student van een rechtenopleiding u kan vertellen. In dit verband hebben de Inter-Amerikaanse Commissie voor de Rechten van de Mens, en Navi Pillay, hoge commissaris voor de mensenrechten bij de Verenigde Naties, onlangs een vergelijkbare verklaring uitgegeven.

“Zalig zijn de vreedzamen, want zij zullen Gods kinderen genoemd worden’, staat in Mattheüs 5:9 van de Bijbel, een tekst die Bouterse en zijn (politieke) vrienden ter harte zouden moeten nemen. Uitingen van vijandigheid, zoals de amnestiewet over de decembermoorden, passen niet bij deze levenshouding, want dat verraad meer een toewijding aan de duivel in plaats van een toewijding aan God. Schuld belijden, berouw, boetedoening en vergiffenis vragen, dat is de juiste handelwijze bij het verwijderen van de vloek. God kent het kwaad, maar hij is er niet door gegrepen. Zelfs al ben je een kind van God, Zijn goedheid betekent niet dat Hij je niet kan straffen. Daarom bid ik voor de bevrijding van de vloek, een beladen geschiedenis over de decembermoorden in Suriname. Dat ik haat jou omdat jij mij haat door Gods goedheid uit dit land wordt verdreven en dat door rechtvaardigheid elke onrechtvaardigheid wordt bestraft

donderdag 23 februari 2012

“Waar zijn we mee bezig”


Door Stuart Kensenhuis

Bijna 60 procent van de 12-jarige meisjes heeft zich in 2010 laten inenten tegen  baarmoederhalskanker, iets meer dan in 2009 (52 procent). Dit blijkt uit cijfers van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Inenting tegen baarmoederhalskanker is in 2009 opgenomen in het rijksvaccinatieprogramma, een beslissing van Ab Klink, de toenmalige minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).  Hiermee volgde hij een advies op van de gezondheidsraad. Martin de Munck, voorzitter van de Nederlandse Vereniging Kritisch Prikken (NVKP), is er tegen. “Het vaccin is niet getest op 12-jarige meisjes,” zegt hij. Ik had een gesprek met hem.

Martin de Munck


Is de NVKP uit gewoonte tegen vaccins?
"Dit is de eerste keer dat we tegen een vaccin zijn. Er zijn zoveel onzekere factoren dat het advies van de gezondheidsraad net zo goed de andere kant uit had kunnen gaan. Als je zegt dat we een vaccin gaan gebruiken waarvan we nog niet weten of het helpt: waar zijn we dan mee bezig?“

Wat is precies uw bezwaar?
"Na besmetting duurt het 15 tot 30 jaar voordat je weet of je baarmoederhalskanker krijgt. Bij de ontwikkeling van het vaccin zijn vrouwen 6 jaar gevolgd. We weten dus niet of ze niet meer ziek worden. Bovendien is het vaccin niet getest op meisjes van 12, maar op vrouwen van 16 tot 26 jaar. Verder zitten er gevaarlijke stoffen zoals natriumboraat in, waarvan de invloed op die meisjes nog niet duidelijk is."

De gezondheidsraad verwacht jaarlijks ruim honderd sterfgevallen te voorkomen. Dat is toch winst in effectiviteit, tijd en geld?
"Dat is een argument aan de ene kant van het schaaltje. De andere kant is dat er in Duitsland, Oostenrijk en Amerika meisjes zijn overleden, kort nadat ze waren ingeënt. Weegt dat op tegen de winst?"

Is de dood van die meisjes een direct gevolg van inenting met het vaccin?
Stel dat u een dochter hebt van 12 jaar. Er wordt bij haar een vaccin ingespoten en vijftien minuten later is ze dood. Kunt u dan bewijzen waardoor ze is overleden?"

Is er geen onderzoek naar gedaan?
"Ze overleed aan de pil, zegt men in Amerika. De pil kan bloedstolsels veroorzaken. Van het meisje in Duitsland heeft men geen bewijs gevonden dat het kwam door het vaccin."

Vindt u dat het advies van de gezondheidsraad is beïnvloed door de commercie?
"Daar ben ik van overtuigd. In de commissie die verantwoordelijk is voor het advies zat bijvoorbeeld professor Gemma Kenter. Ze is hoogleraar oncologische gynaecologie aan het  Academisch Medisch Centrum in Amsterdam (AMC). Zij heeft onderzoek gedaan naar dit vaccin voor één van de fabrikanten. Dus als u aan mij vraagt: is het onderzoek onafhankelijk, dan zeg ik nee. Want die onderzoekers zitten ook aan de andere kant. Ze eten het brood van de farmaceutische industrie."

Spreken we hier over een groot gezondheidsprobleem?
"Baarmoederhalskanker is een groot probleem op het moment dat je het hebt. Maar het staat niet in de top 20 van doodsoorzaken door kanker. Borstkanker eist veel meer levens. Bovendien is het aantal doden sterk afgenomen in de afgelopen 30 jaar. Het is dus niet een ziekte waarvan je kunt zeggen dat dit een bedreiging is van onze volksgezondheid."

Wat is het alternatief?
"Vrouwen stimuleren om mee te doen aan het vijfjaarlijkse bevolkingsonderzoek. We pleiten ook voor verlaging van de leeftijd waarop dit kan. Nu is dit 30 jaar. Als je er vroeg bij bent heb je meer kans om te overleven. Ook moet er meer voorlichting gegeven worden over de manier waarop baarmoederhalskanker ontstaat. Veel vrouwen weten niet eens dat het door seks komt. Met condoomgebruik kan je besmetting voorkomen.“ 


Filmpje: De prik en het meisje. Documentaire van Maartje Nevejan over de vraag of ze haar dochter wel of niet te laat vaccineren tegen het baarmoederhalskankervaccin. Klik op de link a. u.b.?

donderdag 5 mei 2011

Geen vrijheid zonder privacy


Door Stuart Kensenhuis

 Op 5 mei vieren wij bevrijdingsdag. Met de overwinning in 1945 door de geallieerden kwam er een einde aan de Tweede Wereldoorlog en werd Nederland verlost van een verstikkende greep op de samenleving door nazi-Duitsland. De schrijver George Orwell komt 4 jaar later met ‘1984’, een roman waarin het alziende oog van ‘Big Brother’, iedereen, overal in de gaten houdt, tot in het kleinste kamertje aan toe, met telescreens, verraders, gedachtenpolitie, etc. Weinig mensen in dit boek schijnen echt moeite te hebben met een totalitair systeem. Alleen Winston Smith, de hoofdpersoon, wil dit doorbreken. En hierin schuilt de opvallende overeenkomst met onze huidige samenleving, waarin we toestaan dat de overheid steeds vaker een vergaande inbreuk maakt op onze privacy, door het onnodig registreren, opslaan en koppelen van onze gegevens. Ondertussen zeggen velen schouderophalend: ‘Ze mogen alles van me weten, want ik heb niets te verbergen’. Maar denkt u echt dat u zonder privacy van uw vrijheid kunt genieten?

In geen enkel land ter wereld wordt er meer afgeluisterd dan in Nederland. Bijna 2200 telefoontaps per dag. Dit is bijna net zoveel als in de Verenigde Staten (VS) over een heel jaar. Het ergste is nog dat we in Nederland geen enkel onafhankelijk orgaan hebben dat de groei van telefoontaps aan banden kan leggen, door in juridische zin te toetsen of dit wel gerechtvaardigd is. Nee, het Openbaar Ministerie is niet de aangewezen partij. Dat is net zoiets als de slager vragen om zijn eigen vlees te keuren. Lijkt me niet verstandig. Het oplossingspercentage van misdrijven neemt toch toe? Nou... Nee, dat is een constant gemiddeld laag cijfer in vergelijking met de ons omliggende landen. Dus veel helpt het niet. Nog even en ook u wordt afgeluisterd, voorzover het al niet gebeurt. Want let wel: het gaat niet alleen om criminelen. Gewone burgers zoals u en ik zijn altijd de klos. De Wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens bepaalt namelijk, dat internetproviders en telecombedrijven gegevens over het telefoon en internetverkeer van hun klanten, een jaar lang moeten bewaren. Nee, met de bevordering van de veiligheid heeft het niet zoveel te maken. Dat zegt men wel, maar het is lariekoek. Als dit werkelijk zo is dan zouden we ons door al dat registreren, opslaan en koppelen, minder bang en dus veiliger moeten gaan voelen. Het tegendeel is echter waar.

Ook Fred Teeven, staatssecretaris van het ministerie van Veiligheid en Justitie doet een duit in het zakje. Niet lang geleden heeft hij de Tweede Kamer toegezegd dat hij gaat onderzoeken of het Nederlandse internetverkeer continu afgetapt kan worden met het Deep Packet Inspection programma (DPI). Hiermee wordt de informatie van een website inhoudelijk beoordeeld. Zo kan nauwkeurig worden nagegaan welk pad de gegevens bewandelen en waar ze terecht komen. De verspreiding van kinderporno kan hiermee een halt toegeroepen worden, zegt Teeven. Maar, doet u aan die viezigheid? Nee, ik dacht het ook niet. Waarom staat u dan toe dat straks uw internetverkeer continu wordt afgetapt?

En dan uw vingerafdrukken, een biometrisch idenficatiemiddel dat u verplicht bent om af te staan, bij de aanvraag van een nieuw electronisch paspoort. Toen ik naar het stadhuis ging om mijn paspoort te vernieuwen wilde ik daar het liefst een bepaalde vinger voor gebruiken, in plaats van mijn duim,  en die hoog opsteken. U mag drie keer raden welke. Volgens de Europese richtlijn die dit allemaal regelt is opslag in een database bij de gemeente waar u het paspoort afhaalt voldoende. De Nederlandse regering wil natuurlijk weer het beste jongetje (of meisje) van de klas zijn en zet in op één landelijke database. En nou komt het. In die database wil de regering niet alleen uw vingerafdruk, maar ook uw gelaatsscan, uw burgerservicenummer en uw naam en adresgegevens. Verder wil men politie en justitie toegang geven tot de gegevens. Misbruik van deze gegevens ligt dan wat mij betreft op de loer. Fouten zijn niet onwaarschijnlijk. Politie en justitie krijgt gegevens van onverdachte personen, iets waarvoor ze anders wellicht nooit opsporingsbevoegdheid zou hebben gekregen. Gelukkig is onlangs bekend gemaakt dat de landelijke database voorlopig van de baan is, maar minister Donner van het ministerie van Binnenlandse Zaken, ligt nog steeds op het vinkentouw. Het gaat om de strijd tegen terrorisme en identiteitsfraude, zegt hij. Max Snijder, biometriconsultant en voorzittter van het European Biometrics Forum, noemt dit “heel onvolwassen”. “Politici laten zich leiden door beelden uit ‘CSI’, maar je kunt met zo’n database echt geen terroristen vangen."

Waarom doet de Nederlandse overheid toch zoveel moeite om elke zucht, scheet of gebrek van haar burgers te documenteren? Nog even en ze weten precies waar u 7 jaar geleden was, met wie en waarom. Voelt u zich daardoor veiliger? Het electronisch patiëntendossier (EPD), de slimme energiemeter, de databank met DNA-materiaal, de OV-chip kaart, afluisteren van de telefoon, volgen en analyseren van e-mail verkeer, de database vingerafdrukken en gelaatsscans, het electronisch kinddossier, de Nationale Databank Wegverkeergegevens, etc. Werkelijk alles wordt tegenwoordig opgeslagen. Waar leidt dit allemaal toe? Komen we dan toch steeds dichter in de buurt van de ‘Big Brother cultuur’, die Orwell beschrijft in zijn boek ‘1984’? En, is het niet merkwaardig hoe gemakkelijk we de vrijheid opgeven, waarvoor door vele heldhaftige mensen in de Tweede Wereldoorlog is gevochten?

Ik bid voor een overheid die onze persoonlijke levenssfeer waardeert en dat ze bevrijd worden van die verstikkende drang naar onze privé gegevens. Maar ook voor meer zorgvuldigheid bij het opslaan van de noodzakelijke gegevens. En dat wij lessen mogen trekken uit de Tweede Wereldoorlog zodat wij niet gedoemd zijn om die geschiedenis te herhalen.