Door Stuart Kensenhuis
In aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen van dit
jaar vertellen immigranten die voor 1980 in Nederland zijn komen wonen over hun
eerste indrukken van de nieuwe leefomgeving en de politiek. Deze week: kunstschilder Frank Creton (79) uit Amsterdam.
Den Haag – “Toen ik uit Suriname vertrok heerste er veel armoede. Als jongeman kon je daar niet aan de bak komen. Het was de tijd van het Eenheidsfront, de politieke beweging van David Findlay. In die periode was er ook veel discriminatie van lichtgekleurde creolen tegen donker gekleurde creolen uit de stad. De marrons uit het binnenland en de mensen uit de districten zoals Coronie, Nickerie en Para, hadden op hun beurt last van beide groepen stadscreolen. Ik heb het zelf meegemaakt want ik kom uit Coronie. Als je in de stad was kreeg je allerlei vernederende termen naar je hoofd geslingerd. Wat dat betreft vind ik dat racisme en discriminatie in Suriname vooral kwam van de stadscreool. Door Hindoestanen werd ik nooit gediscrimineerd. Echt nooit.”
Frank Creton. (® Frank Creton) |
“Ik kwam met de boot in Nederland aan tijdens de zwaarste winter die dit land ooit heeft meegemaakt (1962/1963). In Amsterdam, waar ik door mijn neef Rudi Zevenbergen werd opgevangen, sneeuwde het dag en nacht. Je liep op straat en de sneeuw kwam tot aan je knie. Voor de trams liepen mannen om sneeuw te ruimen en als je was ingestapt was het net zo koud als buiten want die dingen hadden geen verwarming. Bovendien hadden ze houten vloeren en houten banken.”
“Niet
lang na mijn komst ben ik gaan varen op de Zuid-Amerika lijn. Ik begon bij de
civiele dienst. Later was ik salonbediende. In 1964 ben ik ermee gestopt omdat
ik met drie Surinaamse vrienden naar Duitsland ben getrokken om te werken als
colporteur. We gingen van deur tot deur om boeken te verkopen, een goede business
want veel Duitsers hadden nog nooit zwarte mensen gezien en wilden graag iets
van ons afnemen. Zo konden ze ook een praatje met ons maken. Daardoor heb ik wel
goed Duits leren spreken. In 1972 ben ik terug gegaan naar Nederland.”
“Na
mijn terugkeer ben ik professioneel gaan schilderen want als jongeman in
Suriname stond ik al bekend als een talentvolle sneltekenaar. Hier in Nederland
wilde ik eigenlijk een opleiding gaan volgen aan de Gerrit Rietveld Academie
maar ik werd helaas niet aangenomen. Aan de Volksuniversiteit van Amsterdam heb
ik wel les gekregen van kunstschilder Maarten Krabbé, de vader van acteur en
filmregisseur Jeroen Krabbé. Hij zei tegen mij: ‘Frank ik ben hier niet gekomen
om je te leren schilderen want dat kan je al. Ik ben hier om je te adviseren
hoe je moet kijken en kleuren kan kiezen.’ Ik heb veel van hem geleerd.”
Frank Creton in 1964 bij het Paleis op de Dam. (® Frank Creton) |
“In
mijn jonge jaren bemoeide ik me niet met de politiek. Als ik een stembiljet kreeg
gooide ik het meteen weg. Wel zag ik om me heen dat Nederlandse politieke
partijen zwarte mensen gebruikten om stemmen te trekken binnen hun eigen
gemeenschappen. Waren de zetels binnen dan deden ze verder niets voor ons. Ik
heb het dan vooral over de PvdA. Zo kwam ik tot de conclusie dat zwarte mensen
binnen de Nederlandse politiek gewoon kruiwagens zijn. Zwarte kandidaten
vertellen aan hun achterban dat ze dit of dat voor ze zullen doen maar dat is
gewoon niet waar. Ze kunnen namelijk alleen volgens het partijprogramma werken.
Dus in principe houden ze de mensen voor de gek.”
"Je probeert toch ook een witte partij tientallen jaren achter elkaar?"
“Ik hield overigens wel van Den Uyl, de leider van de PvdA, maar ik vind niet dat zijn partij goed is geweest voor de Surinamers in Nederland. Sommige van mijn landgenoten dachten dat ze makkelijker dingen gedaan konden krijgen door hun stem aan de PvdA te geven maar ze vergaten dat ze zelf ook iets ervoor moesten doen. De Surinaamse- Nederlanders werden slap door de PvdA.”
“Eerlijk
gezegd vind ik dat onze mensen moeten kiezen voor BIJ1 van Sylvana Simons of
voor DENK. DENK zet de problemen van de Surinamers in Nederland op tafel.
Keihard. Van Simons weet ik het niet helemaal zeker maar je kan het in ieder
geval proberen. Je probeert toch ook een witte partij tientallen jaren achter
elkaar? Nou dan vind ik dat je ook een keer die partij van deze zwarte vrouw
kan proberen. Als een zwarte persoon of een andere migrant in een Nederlandse
witte partij zit dan is hij aan handen en voeten gebonden. Hij kan niets zeggen
of doen om zijn eigen mensen te helpen. Het zou mooi zijn als DENK en BIJ1
allebei in de Tweede Kamer komen want dan kunnen ze elkaar steunen.”
Dit artikel is mede mogelijk gemaakt door het Steunfonds Freelance Journalisten